• Van der Hoevenstraat
  • Van der Hoevenstraat
  • Van der Hoevenstraat

Van der Hoevenstraat

Professor Jan van der Hoeven, hoogleraar dierkunde
Door Hans Elstgeest

Het zal niemand ontgaan zijn, 2009 is uitgeroepen tot Darwinjaar. Niet alleen omdat Charles Darwin precies 200 jaar geleden geboren is, maar ook omdat precies 50 jaar later zijn boek 'On the origin of species' van de persen rolde. En of men het eens is met zijn theorie of niet, feit is dat het boek de gehele biologie (toen nog natuurlijke historie geheten) en verwante wetenschappen op zijn kop zette. Dit boek was dan ook het startsein voor een hernieuwde belangstelling bij studenten voor de studierichtingen botanie en zoölogie. Waren deze vakken voorheen met name ondersteunende vakken voor medici, nu werden ze een op zichzelf staande wetenschap. Emiel Selenka, vanaf 1868 hoogleraar dierkunde in Leiden profiteerde als eerste van deze hernieuwde belangstelling. Hij wist bij de universiteit bijna al zijn wensen vervuld te krijgen. Zelfs een heus laboratorium verrees vlak naast de Sterrewacht (dit lab is geruime tijd geleden vervangen door het huidige Van der Klaauw Laboratorium).
Terwijl het bij Selenka niet op leek te kunnen, moest zijn voorganger Jan van der Hoeven veel moeite doen om wat geld los te peuteren. Keer op keer klopte hij, vanaf het moment van zijn aanstelling als hoogleraar dierkunde (in 1826 buitengewoon- en vanaf 1835 gewoon hoogleraar), aan bij de universiteit voor professionelere middelen zoals een nieuw laboratorium. En steeds weer trok hij aan het kortste eind. Jan van der Hoeven had zijn tijd niet mee...

Zoölogie
Jan van der Hoeven wordt in Rotterdam geboren (9-2-1801) als jongste van vier. Zijn vader sterft als hij 1 jaar is. Zijn moeder hertrouwt enkele jaren later (1810) met Martinus Pruys. Pruys toont zich een uitstekend vervanger. Eén van Jan's broers voegt later zelfs de naam Pruys toe aan de zijne (de latere medicus Cornelis Pruys van der Hoeven)
De studie van Jan verloopt zonder problemen en hij kiest uiteindelijk voor de zoölogie (zijn ouders zagen hem liever de medische kant kiezen). Andere talenten komen in die tijd ook aan de oppervlakte, zoals zijn tekentalent, waarvan hij in zijn wetenschappelijke loopbaan veel profijt heeft. Maar ook zijn uitmuntende kennis van de literatuur en van vakken die zijn vakgebied raken zoals de geologie, de mineralogie en de botanie ontwikkelen zich. Daar gaat hij dan ook colleges in geven. Dat breekt hem in de tweede helft van zijn loopbaan overigens flink op. Die periode van zijn leven is zeker niet de prettigste. In die tijd geeft hij vooral les aan aankomende medici. Die zien deze lessen als noodzakelijk kwaad en gaan uiteindelijk massaal hun colleges volgen bij Van der Hoevens collega J. van Breda. Van Breda was moderner, gaf kortere colleges (en dus goedkoper) en zag nog wel eens wat door de vingers. Van der Hoeven was daarentegen streng en legde de lat hoog als er getuigschriften behaald dienden te worden.

Populair
Hij beschikt overigens wel over een enorme kennis en maakt zich daarmee ook buiten de landsgrenzen populair. Zijn nevenactiviteiten in bijvoorbeeld de Leidse gemeenteraad hebben bijgedragen aan zijn populariteit als mens. Maar als wetenschapper wil het maar niet lukken. Klap op de vuurpijl is het uit de hand gelopen conflict met de mededirecteur van museum van Natuurlijke Historie (thans Naturalis), Herman Schlegel, over het doel dat een museum als dit zou moeten hebben. Schlegel - opvolger van Temminck - wil het museum namelijk commercieel exploiteren, Van der Hoeven wil het uitsluitend bestemmen voor de wetenschap. Van der Hoeven kon dan zeer explosief reageren omdat dat nu eenmaal in zijn karakter zat en dat werd dan nog erger omdat hij veel te veel hooi op zijn vork nam. Hij trekt in dit conflict wederom aan het kortste eind en verlaat zijn post als directeur van het museum. Hij heeft daarentegen wel voor een belangrijk deel aan de collectie bijgedragen met maar liefst zo'n kleine 400 preparaten en opgezette dieren.
Daarna blijft Van der Hoeven zich inzetten voor zijn geliefde vak, tot zijn dood toe. In zijn laatste jaren publiceert hij nog een zeer belangrijk standaardwerk dat wordt verfraaid met illustraties van zijn hand.

Geen doorbraak
Hoe belangrijk ook voor de zoölogie, een echte doorbraak is er nooit gekomen. Biologen als Hugo de Vries of Nico Tinbergen hebben een duidelijke plaats in de wetenschap op weten te eisen door hun naam te verbinden aan een belangrijke ontdekking of uitvinding. Van der Hoevens rol bleef uiteindelijk gering, terwijl hij echt wel wat voor de dierkunde heeft betekend. Zijn rotsvast geloof in de schepping van de aarde en zijn anti-Darwiniaanse houding stonden in die tijd, vlak na het verschijnen van Darwins 'Origin of Species', lijnrecht tegenover de bij wetenschappers omarmde evolutietheorie. Ook dat werkte nioet in zijn voordeel, waarbij we in het midden laten of hij uiteindelijk ook in deze discussie aan het kortste eind heeft getrokken...

Jan van der Hoeven overleed na een korte periode van achteruitgang op 10 maart 1868 en ligt begraven op de Groenesteeg.

Bronnen:
De universiteit in verleden en heden*
De wiekslag van hun geest (W. Otterspeer)
Winkler Prins
Nieuw Nederlands biografisch woordenboek
Het Leidse pluche*
De Leidse Senaatskamer (P.J. Blok ea.)
Pallas Leidensis MCMXXV
Natuurlijke geschiedenis van het dierenrijk (J. vd Hoeven)
Van Zoötomie tot Zoölogie (P. Dullemeijer)
DBNL, levensbericht door G.Ph.F. Groshans
Wikipedia