• De Gijselaarstraat
  • De Gijselaarstraat
  • De Gijselaarstraat
  • De Gijselaarstraat

De Gijselaarstraat

Burgemeester De Gijselaar (ambtsperiode 1910-1926)
Door Hans Elstgeest

Er is maar eene goeie Leienaar, en dat is De Gijselaar

’Er is maar eene goeie Leienaar, en dat is De Gijselaar...’ Zo toegezongen worden door het overgrote deel van de Leidse bevolking… dan moet je wat bijzonders in je mars hebben. Zeker na een betrekkelijk korte periode in de Leidse geschiedenis.

In 1920, nog maar tien jaar burgervader, wordt hem (als dank voor zijn grote inzet tijdens de oorlogsjaren) een monumentale gemetselde stenen bank geschonken door de Leidse bevolking uit handen van een speciaal voor deze gelegenheid opgericht comité: 'Huldeblijk de Gijselaar'. Dit fraai stukje Leids straatmeubilair, is geplaatst aan de kop van het al even monumentale Rapenburg. Deze Gijzelaar(s)bank (ook wel werklozenbank genoemd) is ontworpen door kunstenaar W.C. Brouwer (1877-1933). Gekscherend en doelend op De Gijselaars bankiersverleden wordt gezegd dat dit de enige bank is die dag en nacht open is.
Begin jaren tachtig is het stenen gevaarte opeens verdwenen om in 1985, na belangrijk herstelwerk aan de overkluizing van het Rapenburg/Galgenwater, in volle glorie en met vernieuwd metselwerk weer ten tonele te verschijnen. Inmiddels maakt de bank deel uit van het Leids Beschermd Stadsgezicht en worden er opnieuw herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan de keramische tegels van het zitgedeelte.

Knuffelbeer
Maar waarom deze geste van de Leidenaar aan zijn burgemeester, en vanwaar dat lied? Daar waar het met De Gijselaars voorganger De Ridder maar niet wilde boteren tussen burger en burgervader, kan De Gijselaar, die in 1910 zijn ambt aanvaardt, al snel geen fout meer maken bij de Leidse bevolking. Waar ligt dat dan aan?
Evenals zijn voorganger is De Gijselaar een niet in Leiden geboren, christelijke, oud Hollandse regent. Beide rechts in het politieke spectrum¹. Daar kan het niet aan liggen. Nee, De Gijselaar onderhoudt naast de vele neven- en erefuncties die een burgemeesterschap met zich meebrengen innig contact met de gewone Leidse bevolking. Hij maakt geen onderscheid, is onpartijdig en is een buitengewoon harde werker, van vroeg in de morgen tot laat in de avond. Hij is een zeer innemende persoonlijkheid Tel daarbij zijn uitstekende sociale vaardigheden op, zijn goed ontwikkeld empathisch vermogen, zijn grote gestalte en soms iets onbeholpen manier van doen... Het maakt hem tot wat men tegenwoordig noemt: een knuffelbeer.

Jhr. Mr. Dr. Nicolaas Charles de Gijselaar is op 21 oktober 1865 in Gorinchem geboren. Zoon van een bankier en gemeenteraadslid van diezelfde stad. Zijn lager en voortgezet onderwijs geniet hij in deze stad en aan het gymnasium in Haarlem. Zijn daaropvolgende academische studie brengt hem voor het eerst naar Leiden alwaar hij in oktober 1891 promoveert op stellingen in de Rechtswetenschap en op dissertatie (het Panama-kanaal, 1891) in de Staatswetenschap. Hierna is hij voor korte tijd werkzaam als advocaat en procureur te Amsterdam. Al snel roept de bankiersfirma 'De Gijselaar & Co' hem op plaats te nemen in het familiebedrijf en huwt hij de uit Vuren afkomstige Anna Daniëlla Wilhelmina Cornelia Viruly (1874-1945), een gelukkig huwelijk dat overigens kinderloos blijft. Intussen is hij ook verbonden met het Kantongerecht te Gorinchem en is hij lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland voor het kiesdistrict Gorinchem.
In 1910 wordt hem het burgemeesterschap van Leiden aangeboden na het overlijden van burgemeester De Ridder. Van 1 maart 1910 tot 1 januari 1927 zit hij in het Leidse pluche, vanaf 1913 gecombineerd met het lidmaatschap van de Eerste Kamer der Staten Generaal. Deze functie bekleedt hij tot vlak voor zijn dood, inmiddels tien jaar nadat hij het burgemeestersambt voor gezien heeft gehouden. Hij is zeer populair.
Zijn populariteit komt onder meer tot uiting in de met zijn bemoeienis op touw gezette distributie van voedsel, kleding en allerhande goederen voor de allerarmsten die gebukt gaan onder de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Bij dit soort acties wordt hem het verwijt gemaakt te veel werk naar zich toe te trekken. Maar dat zit in z’n DNA, niet gestuurd door vooropgezette persoonlijke belangen.

Ook voor onze wijk heeft hij het een en ander kunnen betekenen, al dan niet met medewerking van zijn voorganger(s): tijdens zijn ambtsperiode rijden er trams die door elektriciteit gevoed worden, is het Rijn- Schiekanaal verlegd en de gemeentelijke HBS gebouwd.

Afscheid
Maar hoe geliefd De Gijselaar ook is, zijn gezondheid laat hem steeds meer in de steek en op 1 januari 1927 moet hij zijn geliefde Leidenaren vaarwel zeggen. Hij is al geruime tijd ziek en moet zijn werkzaamheden met regelmaat aan de locoburgemeester overlaten.
De Gijselaar verlaat het statige Rapenburg 65 voor een (niet onaardig) onderkomen in Wassenaar. Hij houdt overigens een stevige band met Leiden en laat zich regelmatig zien in de stad, zowel op festiviteiten zoals de 3 Octoberfeesten en tijdens de nasleep van de grote stadhuisbrand in 1929.
Op 21 december 1937 overlijdt De Gijselaar in zijn woonplaats Wassenaar en wordt hij onder grote belangstelling op Rhijnhof ter aarde besteld. Zijn opvolger wordt Adriaan van de Sande Bakuyzen, zoon van de sterrenkundige die al vernoemd is in de Wijkkrant.

Zo is wat mij betreft de cirkel rond en komt er een eind aan de reeks van 42 professoren en acht burgemeesters die ik de afgelopen zeventien jaar in de Wijkkrant de revue heb laten passeren.

¹De term 'rechts' of 'links' had in die tijd overigens een andere lading dan nu. Heden ten dage staan die termen voor tegenovergestelde belangen. Er zijn tijden geweest - nog niet zo heel lang geleden - dat links en rechts elkaar 'niet moesten'. Aan het begin van de 20ste eeuw stond de term rechts echter voor de wat meer gematigde confessionele, vaak Christelijke partijen en links voor de niet-confessionele partijen zoals de liberalen en de sociaal democraten. Na de Tweede Wereldoorlog werden de verschillen groter wat leidde tot polarisatie tussen de conservatieve (rechtse) partijen en de progressieve (linkse) partijen. Later onder de kabinetten Lubbers en vooral Kok verdwenen die verschillen weer en bleek dat een partij als de 'rechtse' VVD uitstekend kon samenwerken met een 'linkse' PvdA).


Bronnen:
DBNL, jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letteren 1942, C.W. vd Pot.
Jaarboek Ver. Oud Leiden, Tien burgemeesters (1851-1964), J.P. Duyverman.
Leiden, de geschiedenis van een Hollandse stad deel 4, R.C. v Maanen.
MyHeritage.nl
Parlementair documentatie centrum RUL.
Parlement.com
Rijksmonumenten.nl
Wikipedia

Foto's:
Portret, Parlement.com
Onder curatoren, geheugenvannederland.nl
Graf, villa te Wassenaar en Gijselaarsbank, Hans Elstgeest

Bijschriften foto's:
1. Portret van N.C. De Gijselaar.
2. Onder curatoren, burgemeester De Gijselaar (midden), geflankeerd door de heren M.G. Oppenheim (l) en H.A. Lorentz (r).
3. Villa 'Lugdunum', Stoeplaan 1 te Wassenaar, in opdracht van De Gijselaar in 1927 gebouwd. Inmiddels omgedoopt tot villa 'De Gijselaar'.
4. De Gijselaarsbank, in afwachting van herstel van het zitgedeelte.