• Louis van Tijn
  • Louis van Tijn
  • Louis van Tijn

Louis van Tijn

'Kan Henk al steppen?'

door: Gesineke Veerman

De Tiboel Siegenbeekstraat is zo'n typische straat in de Professoren- en Burgemeesterswijk waar sommige dingen nooit zullen veranderen. De kinderen spelen er op straat en moeders lopen met hun kinderwagens over de stoep. Als Lyda van nummer 15 jarig is mogen alle kinderen uit de straat op haar feestje komen. René van nr 9 is er, Ester en Izaäk van nr 7, Annie en Hennie van nummer 18, Han van nummer 13, Jacob, Eli en Roosje van nummer 20, Elly van nummer 28, en Hansje van nummer 27. Ze krijgen een feestmuts op en iemand maakt een foto. Het is 28 mei 1941. René zit op de kleuterschool in het Academiegebouw. In het speelkwartier speelt hij tussen de Duitse soldaten van de naast gelegen Orts-Kommandatur. Dat het bij sommige kinderen thuis anders is, merkt hij ook wel. Hij heeft eens een blaadje van de Vliegende Hollander bij een buurmeisje op de salontafel gelegd. Gevonden in een wei vlakbij de straat. Daar is haar vader heel boos om geworden.

Na de zomervakantie mogen Eli, Jacob, Roosje en Esther niet meer naar hun oude school in de Kernstraat. Esther wordt vaak door Mimi van nummer 5 naar haar nieuwe school gebracht. Dan komen ze langs het Plantsoen. Esther houdt van de mooie paden tussen de bomen, maar Mimi zegt dat ze er niet op mag lopen. Eli, die net als René vijf jaar is, maakt een tekening van een speeltuin. Met linksboven in schattige hanenpoten 'Voor Jooden Verboode'. Bij twee dames uit de straat komen vaak Duitse soldaten op bezoek. Hele hoge. Dat kun je wel zien aan hun SS-uniformen.

Ze rijden de straat uit en komen niet meer terug
Op een ochtend zijn Jacob, Eli, Roosje en hun kleine broertje Abraham verdwenen. Hun huis is verzegeld zodat je de deur niet meer open kan doen. ”Vannacht weggehaald”, zeggen de mensen in de straat. De ouders van Esther en Izaäk komen praten met de ouders van René. Niet lang daarna krijgen René en Henk van nummer 8 de steppen van de kinderen. “Die hebben we straks toch niet meer nodig”, wordt gezegd, “en zo hebben jullie er nog wat aan.” Op een woensdagavond komt een overvalwagen de straat in rijden. Hij stopt bij nummer 7. Esther, Izaäk en hun ouders worden in de wagen geduwd. Ze rijden de straat uit en komen niet meer terug.

De oorlog gaat voorbij. René gaat het huis uit om tandarts te worden en krijgt een vrouw en twee zoons. Het lot van zijn buurmeisje Esther en haar broertje Izaäk laat hem niet los. Na zijn pensioen besluit hij uit te zoeken wat er in de oorlog precies met hen gebeurd is. Hij bezoekt voormalige concentratiekampen en brengt uren door in archieven van verschillende instanties.

Juffrouw Mimi
Augustus 2016. Ik heb een gesprek met Fraukje Taselaar, die met haar man Adriaan en haar twee kinderen op nummer 9 in de Tiboel Siegenbeekstraat woont. Ze is de schoondochter van René. “Het huis is sinds de bouw in 1939 steeds in de familie gebleven”, zegt ze. En daarom bleef René betrokken bij de straat. Een tentoonstelling over de Jodenvervolging in de Lakenhal was het begin van de zoektocht. René zocht contact met zijn oude buurkinderen, waaronder Mimi. “Mijn moeder vierde die avond haar verjaardag”, vertelde Mimi. “We hoorden laat op de avond gestommel bij de buren en gingen naar buiten. Daar zagen we hoe onze buren door een paar Leidse politieagenten werden afgevoerd. Net voordat ze in de overvalwagen moest stappen kwam Esther naar mij toe en zei: “Juffrouw Mimi, mogen we, als we terugkomen, weer met je mee naar school?'”

36 pakketten naar Westerbork
René ontdekte dat Eli, Jacob, Roosje en Abraham Bloemkooper met hun ouders vijf dagen na aankomst in Westerbork op transport naar Sobibor zijn gezet, waar ze bij het verlaten van de trein zwaar mishandeld werden. Achter een façade van keurig verzorgde bloemperken en houten huisjes werden de kinderen en hun moeder vergast. Vader Victor werd op 30 april in een werkkamp geëxecuteerd. Op de avond dat de Bloemkoopers waren opgepakt is professor Junge van nr. 22 volgens afspraak via de balkondeuren hun huis binnen was gegaan om persoonlijke spullen weg te halen. Twaalf dagen later werd hun huis in de Tiboel Siegenbeekstraat 'geruimd' en betrokken door een NSB-gezin. Esther, Izaäk en hun ouders Louis en Rachel van Tijn werden door de Leidse politie opgehaald, die met 45 personeelsleden en negen vrijwilligers de hele razzia van 17 maart voor hun rekening nam, waaronder de deportatie van 65 kinderen uit het Joods Weeshuis aan de Roodenburgerstraat.

Kan Henk al steppen?
René's oude buurjongen Henk Koekkoek vond een map vol documenten van zijn moeder. Daaruit bleek dat zij namens buren uit de straat en bekenden uit de wijk in twee maanden tijd maar liefst 36 pakketten aan de familie van Tijn in Westerbork gestuurd had.

De Van Tijn's stuurden briefkaarten terug waarop ze vroegen om allerlei artikelen, zoals suiker, zout, bruine bonen, hardgekookte eieren en fruit. Namens Esther schreef haar moeder: ‘Ik verveel me hier niet, heb veel speelkameraadjes, maar als je een beetje aan ze bent gewend, komen er weer nieuwe en gaan de oude weg.’ ‘Kan Henk nu al steppen?’, vroeg vader Louis in zijn brief van 21 april. ‘Hoe gaat het eigenlijk met de Prof? (Joodse raad, red.) Laat hij alle mogelijke moeite doen en snelle hulp is dubbele hulp, want anders is het hier gedaan met ons…’

‘Op 15 april is je huis leeggehaald door personeel van een expediteur’, schreven de overburen aan Louis van Tijn. In de archieven vindt René het ruimingsformulier met 'Tiboel Siegenbeekstraat 7, ...Taxwert f 900,-.' Op 5 mei schreef Louis: ‘Zijn het geschikte buren op nr. 7 en 20? Wij zouden graag eens om het hoekje willen kijken....Vraag aan de drogist of hij nog een paar schoenen kan missen. Deze keer gelieve onmiddellijk te antwoorden en te sturen, het is niet onmogelijk dat wij dinsdag de grote reis gaan maken. Zo niet, dan valt het erg mee.’ Op 18 mei ontvangt dr. Junge een bericht van ontvangst terug met de mededeling: 'Geadresseerde is vertrokken, wij hebben pakket aan afdeeling uitgereikt’.

In memoriam
Esther, Izaäk en hun moeder Rachel zijn direct na aankomst in Sobibor in de gaskamers vermoord. Louis werd naar het werkkamp Dorohutscha overgebracht. Van daaruit stuurde hij zelfs nog twee keer een kaart naar de familie Koekkoek. Het zinnetje ' Schicke bitte ein Paket' is doorgestreept. De overlijdensdatum van Louis is onzeker. Vermoedelijk is hij rond 4 november 1943 geëxecuteerd tijdens de zogenaamde 'Aktion Erntefest'.
In de straat waren ook enkele NSB-gezinde adressen. Behalve twee adressen die geregeld Duitse officieren ontvingen, woonde er ook een bunkerbouwer die meewerkte aan de Atlantik Wall en een fanatieke Duitsgezinde landwachter. Om hun nazaten te ontzien heeft René hun achternamen nooit gepubliceerd.
Op 4 mei 2016 krijgt Joris Taselaar, die nu ongeveer net zo oud is als zijn opa was toen zijn buurkinderen werden weggehaald, van zijn ouders wat uitleg over de nationale herdenking. Op 5 mei zegt hij: “Ik ben gisteren stil geweest voor Izaäk en Esther die niet meer teruggekomen zijn.”

Bronnen:

·      Ter Herinnering aan twee joodse gezinnen uit de Tiboel Siegenbeekstraat in Leiden (1943), René Taselaar, Jaarboek Dirk van Eckstichting 2005

·      Joden in Leiden en omgeving 1933-1945, Leonard Kasteleyn, Stedelijk Museum de Lakenhal, 2003.

Afbeeldingen:

-      Tekening van Eli Bloemkooper, begin 1942

-      portretfoto van Esther van Tijn