• Alice met haar hondje
  • Alice voor het ouderlijk huis aan de Thorbeckestraat 37 - Uit de fotocollectie van Dhr. Tieleman en Mevr. Tieleman – van der  Kwaak
  • Kindertoptocht tijdens het bevrijdingsfeest in 1946. Herinnering aan het eten halen in de oorlog. Foto waarschijnlijk genomen in de Thorbeckestraat. Uit de fotocollectie van Dhr. Tieleman
  • Actiefoto van de korfbalvereniging Pernix op sportveld aan de Verdamstraat. Uit de fotocollectie van Dhr. Tieleman en Mevr. Tieleman – van der Kwaak
  • Teamfoto van het eerste team van korfbalvereniging Pernix. Tiel staand achterste rij derde van links, Alice zittend onderste rij tweede van rechts. Uit de fotocollectie van Dhr. Tieleman en Mevr. Tieleman – van der Kwaak
  • Alice en Ton Tieleman bij hun huwelijk in 1966 voor de Thorbeckestraat nummer 37

Interview met Mw. Alice Tieleman-van der Kwaak en Dhr. Ton Tieleman

Artikel van Margriet Stronkhorst : Geplaatst 07.04.2026

Een ontmoeting op de inmiddels 105-jarige en nog immer bloeiende korfbalvereniging Pernix groeide uit tot een huwelijk dat inmiddels zestig jaar standhoudt.

Alice en Ton Tieleman wonen sinds 1966 niet meer in Leiden maar kennen elkaar uit de Profburgwijk en delen graag de warme herinneringen die ze aan de wijk hebben.

‘Het meisje voor wie de vlag uit ging’
Alice was de jongste van het gezin met vijf oudere broers. Toen zij in 1946 werd geboren, werd er dan ook uitbundig feestgevierd: eindelijk - elf maanden na de bevrijding - was het langverwachte meisje er! Haar vader was in die tijd voorzitter van de toenmalige Professorenwijkvereniging. Het gezin woonde aan de Zeemanlaan. In de wijk was afgesproken dat, mocht er een meisje geboren worden, de wijkvlag zou worden gehesen. En zo kwam bij de geboorte van Alice de wijkvlag te hangen aan een grote mast op de hoek van de Lammenschansweg en de Zeemanlaan. De huisarts, die destijds nog in opleiding was, zou haar later met een glimlach vertellen: “Jij was dat meisje voor wie de vlag uitging.”

Tonny, geboren in 1938 in een privékliniek aan de Boerhavelaan, ging naar de Stadhouderslaan-school in de Tuinstadwijk. Er was namelijk geen gereformeerde school in de Burgemeesterswijk. Daarna volgde hij het Stedelijk Gymnasium en begon hij aan zijn studie. Hij woonde toen met een vriend op kamers bij een hospita aan de Sitterlaan, boven de melkhandel van Herman Overdevest.

Alice bracht haar lagereschooltijd door op de Prinses Ireneschool aan de Van Vollenhovenkade, een zogenoemde ‘Finse school’. De scholen worden zo genoemd omdat ze na de oorlog met hout uit Finland werden gebouwd. In Leiden stonden nog twee van dit soort scholen, aan de Van Vollenhovenkade en de Beijerincklaan. De naoorlogse geboortegolf zorgde voor een enorme toestroom aan kinderen, en dus voor een dringende behoefte aan nieuwe scholen.

Het land van Mosselman
De ouders van Tonny waren in 1937 de eerste bewoners en huurders van hun huis aan de Roodenburgerstraat nummer 52. In die tijd was het gedeelte naar de Brandelerkade nog onbebouwd en bestond uit akkerland. Dit was het land van boer Mosselman. Daar verbouwde hij o.a. kolen. Zijn boerderij aan de Cronesteinkade staat nog in de buurt van korfbalclub Sporting Trigon. De huurschuld van de ouderlijke woning moest elke maand contant gebracht worden naar de huurbaas in de P.J. Blokstraat want de huurschuld was een brengschuld. Tonny weet nog dat hij elke maand 37,50 gulden naar de huurbaas bracht. Hij was toen 10 of 11 jaar oud. Na de oorlog moest aan het huis het een en ander opgeknapt worden maar dat gebeurde lang niet altijd en dat gaf zo nu en dan wel de nodige frustratie bij de ouders van Tonny.

De oorlog - Honger evacués
In 1943 kreeg Tonny een broertje die wat ziekelijk was. Samen met zijn broertje en zijn moeder is Tonny tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 naar een zus van zijn moeder gegaan om een half jaar in Paesens-Moddergat te wonen. Friesland werd een belangrijke opvangplek voor tienduizenden hongerevacués uit het westen van Nederland. Zijn vader bleef alleen in Leiden en bleek achteraf ook onderduikers in huis te hebben gehad.

Bij de geboorte van de jongste en vijfde broer van Alice, in 1942, lag haar moeder in het Sint Elisabeth Ziekenhuis aan de Hooigracht. Naast haar in dezelfde kamer lag een boerin uit Ter Aar. Ze raakten aan de praat en zo kwam het dat haar vader bij het boerengezin een veilige toevlucht vond wanneer het te link werd in Leiden met de oproepen voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Ook tijdens de hongerwinter kon het gezin van Alice bij hen terecht. De twee oudste broers van Alice – 11 en 10 jaar oud - liepen met een kar 20 km naar Ter Aar om bij hen eten te halen. Dan sliepen zij daar een nacht en gingen de volgende dag weer terug naar Leiden met het eten.

Bij terugkomst van Tonny, zijn broertje en moeder, in juni 1945 moest de oom in Friesland verklaren dat ze “goede Hollanders” en hongerevacués waren om toestemming te krijgen van de burgemeester om terug te komen in Leiden. De vader van Tonny had een filmrolletje bewaard voor de bevrijding en heeft zodoende de bevrijdingsfeesten in de wijk vastgelegd waar, zo bleek later, de broers van Alice met de kar op stonden.

Ton herinnert zich nog dat Churchill, een jaar na de bevrijding, een bezoek bracht aan Leiden. Hij ontving een eredoctoraat van de Universiteit Leiden. Van de rondrit door Leiden maakte de vader van Ton een foto. Ton vertelt: “Elke sigarenpeuk die wij daarna als jongens vonden was natuurlijk van Churchill!”

De huizen en het gezinsleven
Het gezinsleven speelde zich ’s winters af in de kamer bij de kolenkachel en bij de grote tafel omdat er maar één hanglamp boven de tafel was. Daar zat je met z’n allen; de een maakte huiswerk en een ander las de krant of zat iets anders te doen. Op zondagavond werd er een grote ketel op het vuur gezet en daar ging de kookwas in. De moeder van Alice was daar twee dagen mee bezig. Doordat de moeders in die tijd veelal thuis waren was de samenhang in de buurt groter. De bakker, melkboer en groenteboer kwamen aan de deur. Er waren veel buurtwinkels en een postkantoor in de Cobetstraat.

De huizen in de Roodenburgerstraat hadden indertijd wel een badkamer met een bad en een geiser erboven, er was geen douche. Ton weet nog dat hij in hetzelfde badwater moest als zijn broertjes. Niet alle huizen hadden in die tijd een badkamer. De Burgemeesterwijk is als een vrij luxe wijk gebouwd voor de middenstand en was luxer dan de Professorenwijk. De Professorenwijk was weer luxer dan de Tuinstadwijk welke een echte arbeiderswijk was.

Het schattige meisje met het witte hondje
De levens van Ton en Alice kruisten elkaar bij de korfbalvereniging Pernix, destijds gevestigd op een sportveld tussen de Burggravenlaan en de Verdamstraat. Ton kende de broers van Alice al uit de wijk en uit zijn studententijd. Alice ging ook bij Pernix spelen — en zo begon hun gezamenlijke verhaal. Ton had ooit wel eens gehoord van het schattige zusje met het witte hondje. Maar pas toen ze samen in 1962 in hetzelfde korfbalteam terechtkwamen, leerden ze elkaar echt kennen. Alice was het enige meisje in het gezin met vijf oudere broers. De buitenwereld moest niet aan haar komen. Thuis werd er altijd gekscherend gezegd: “Als jij nog eens met een vriendje thuiskomt…” Maar toen ze uiteindelijk thuiskwam met een bekende, werd er weinig tegenspraak meer gegeven. Er was echter al een broer Ton dus vanaf die tijd kreeg Ton zijn bij Pernix gangbare naam Tiel.

Verschillende geloven
Tiel en Alice groeiden op in een tijd waarin geloofsovertuigingen het dagelijks leven sterk kleurden. Hij was gereformeerd, zij hervormd. Dat verschil merkte je zelfs in iets eenvoudigs als de zaterdagse boodschappen: voor de ouders van beide kanten werden twee verschillende slagers en kruideniers bezocht. Zo hoorde dat nu eenmaal.

De hervormde gemeente waar Alice bij hoorde, kwam samen in het gebouw van de Oranje Nassau Mavo aan de Asserstraat, een voorlopige plek tot uiteindelijk in 1965 de Vredeskerk even verderop gebouwd werd. Tiel daarentegen ging elke zondag twee keer naar een kerk in de Jan Vossensteeg, waar de vrijgemaakten bijeenkwamen. Die groep was ontstaan na een theologisch conflict binnen de gereformeerde kerk tijdens de oorlog, wat tot een scheuring had geleid.

Korfbal als gezamenlijke hobby
De vader van Ton was een vogelliefhebber en secretaris van een landelijk comité voor Vogelbescherming en daarom kreeg het gezin een telefoon en werden de telefoonkosten betaald. Op een gegeven moment werd Tonwedstrijdsecretaris van de korfbalvereniging en kon hij met de telefoon makkelijk mensen bereiken als er wedstrijden werden afgelast. De mensen die hij niet kon bereiken moest hij met de fiets langsgaan.

Veel korfballers bezochten de Zuiderkerk. Dit was een gereformeerde kerk die destijds aan de Lammenschansweg lag ter hoogte van nr. 15. Daar werden op zondagochtend – soms ook tijdens de dienst! - de uitslagen van de korfbalwedstrijden doorgegeven en besproken want internet was er uiteraard nog niet.

Bij de korfbalvereniging Pernix werden de protestestanten van verschillende richting verenigd, maar de scheidslijn met de rooms-katholieken bleef duidelijk zichtbaar. Die hadden hun eigen korfbalvereniging Crescendo.

Korfbal was een populaire sport getuige de vele clubs die er indertijd waren. En Leiden was in die tijd ook echt een korfbalstad. Op het huidige sportveldcomplex van Trigon aan de Zoeterwoudsesingel zaten indertijd zelfs drie korfbalverenigingen; Fluks, de Algemene en Zuiderkwartier.

Tiel en Alice zijn hun hele leven al actief met de korfbalvereniging bezig en zijn inmiddels erelid geworden. Tiel heeft in het landelijk bestuur gezeten en Alice heeft bij de vereniging veel bestuurswerk gedaan en veel trainingen gegeven aan de jeugd en met deze teams ook heel mooie resultaten behaald. En nog steeds traint ze ‘s winters met de veteranen een uurtje, dan doen ze verschillende korfbalspellen met elkaar.

Vertrek buiten de wijk
Tiel en Alice trouwden in 1966 en gingen in Oegstgeest wonen. Na een aantal jaar hier gewoond te hebben zijn ze naar Noordwijk verhuisd, toch bleven ze altijd op Leiden/Oegstgeest georiënteerd. In 2003 zijn ze weer in Oegstgeest gaan wonen.

Alle familieleden zijn buiten de wijk en de stad gaan wonen. Alice en Tiel wonen in die zin nog het dichtst bij hun Leidse geboortegrond. Er wonen nog wel vrienden in de Profburgwijk en ze vinden het leuk om zo eens in de paar maanden door de wijk te fietsen. Ze vinden het bijzonder om terug te kijken op de fijne jeugd die ze daar gehad hebben en om te zien hoe de wereld ook daar sindsdien veranderd is, maar dat de Profburgwijk nog steeds een schitterende wijk is gebleven!