De Paardekastanje aan de Meijerskade:
een “veiligverkeersboom”
“Aan de vruchten kent men de boom”. Mijn buurvrouw vroeg:
“Wat is er met de Kastanjeboom aan het begin van de Meijerskade
(op de hoek met de Burggravenlaan) aan de hand? Mijn
zoons Hugo en Thomas zeggen dat het geen Kastanjeboom is
want er liggen nooit kastanjes onder”. Hebben Hugo en Thomas
gelijk of niet? In de herfst heb ik opgelet en ook ik vond
daar geen kastanjes. Dit verhaal was voor mij reden dit keer
voor deze rubriek voor deze Paardekastanje te kiezen.
De boom heeft alle kenmerken die bij een Paardekastanje horen:
bladeren met 5-7 dikke ongesteelde blaadjes met duidelijke
nerven die aan de top zijn toegespitst, de buitenste
blaadjes zijn kleiner dan de andere en de boom maakt “kaarsjes”;
dat zijn de witte bloemetjes die aan een centrale as zitten
(zie afbeelding). Het is een echte Paardekastanje: Aesculus hippocastanum L.
In het voorjaar is het een genot de boom te zien bloeien maar
waarom worden er geen kastanjes gevormd? De vraag boeide
mij bijzonder; voorheen had ik er nog nooit op gelet. Verschillende
biologen uit mijn omgeving vroeg ik of zij iets wisten
over steriele Paardekastanjes. Allen bleven het antwoord
schuldig. Daarom ging ik de literatuur raadplegen. Daarin
staat dat er bewust steriele Paardekastanjes worden gekweekt
zodat deze langs wegen met veel verkeer kunnen worden aangeplant.
Het verkeer heeft geen last van vallende kastanjes en
daar komen ook geen kinderen die op de rijweg naar dit speelgoed
zoeken. Toen ik dit aan de vader van Hugo en Thomas
vertelde noemde hij onze boom een “veiligverkeersboom”.
De Paardekastanje wordt ook wel Wilde kastanje genoemd;
dit in tegenstelling tot de Tamme kastanje Castanea sativa Mill.
De bomen zijn “geen familie” van elkaar, behoren tot heel verschillende
geslachten. Tamme kastanjes worden door mensen
wel gegeten, Wilde -niet. Ik heb wel eens gebeten in de vruchten
van de Wilde en ik kan u dus uit ervaring vertellen dat die
erg bitter smaken. Dat komt omdat er veel looistoffen in zitten;
herten en schapen eten ze wel. Ook werden kastanjes
gebruikt als medicijn voor paarden tegen hoesten, kortademigheid
en zweten. De naamgeving “Paardekastanje”
en Hippocastanum duidt op het gebruik van kastanjes voor
paarden; aesculus komt van eten. Opvallend is dat ook de bladsteel
iets met de naamgeving Paardekastanje te maken heeft:
die is aan de voet verdikt en lijkt op een hoef. Als het blad valt
laat deze een lidteken achter in de vorm van een hoef.
Voor de ijstijd moet de Paardekastanje overal in Europa aanwezig
zijn geweest; het ijs heeft hem terug gedrongen.
Later was de boom alleen inheems in West-Griekenland in
bergbossen tot 1000 m. hoogte, in Bulgarije in dichte bossen
en deels in de aangrenzende Balkanlanden. De volkeren uit
die landen (stammen van ruitervolkeren) voerden kastanjes
aan hun paarden. Legers van Turken veroverden die landen en
verplaatsten zich ook grotendeels te paard. Zij voerden vanaf
de 14e eeuw de Paardekastanje in in Turkije. De soort verspreidde
zich toen over Turkije en Klein Azië. Clusius,
kreeg via via kastanjes uit Turkije. En op zijn beurt heeft hij
kastanjes op ruime schaal in Europa verder verspreid. Hoogstwaarschijnlijk
zijn daarom veel Paardekastanjes in Europa afkomstig
van het materiaal dat Clusius uit Turkije kreeg en niet
van het materiaal uit het oorspronkelijke verspreidingsgebied.
Gerda van Uffelen, werkzaam in de Leidse Hortus Botanicus,
heeft uitgezocht dat de eerste Paardekastanje in 1609 in de
Hortus is gepoot.
Kastanjes blijven slechts kiemkrachtig tot het volgende groeiseizoen.
Ze kiemen in het late voorjaar. De twee kiembladen
in de kastanje blijven zolang door de zaadhuid omsloten.
De zaadhuid is opgebouwd uit dikwandige, samengedrukte
cellen en wordt daardoor stug en leerachtig (zie afbeeldingen).
Dat maakt dat een kastanje wel tegen een stootje kan.
De zilver-grijze ronde vlek op de kastanje is de navel. Dat is
de plaats waar de vrucht heeft vastgezeten in de ruwe groene
bolster met stekels. Bolsters kunnen 1-3 vruchten bevatten.
Kastanjes zijn geliefd om hun bloemen, kaarsjes, en om hun
vruchten. Ook in de herfst en de winter zijn ze prachtig. In de
herfst valt op dat de bladeren verkleuren naar oranje-bruin.
Als deze vallen verdwijnen als eerste de hoogste bladeren. En
als de boom uiteindelijk kaal is ziet men de indrukwekkende
takken. De boom is relatief laag vertakt en de onderste takken
zijn het langst waardoor de boom een pyramidevorm kan krijgen.
Paardekastanjes worden niet erg oud: ongeveer 200 jaar.
Opvallend is dat de stam vaak is gedraaid van links naar
rechts. Dat geldt ook voor de boom aan de Meijerskade. De
oorzaak van het draaien (invloed van de wind?) is onbekend.
De bloemen zijn tweeslachtig of mannelijk en trekken veel insecten
aan. Als alle bloemen kastanjes zouden geven zouden
de takken breken onder het gewicht; van de vruchtdragende
bomen hebben echter vaak alleen de onderste bloemen stempels
en stuifmeel, alle andere hebben alleen stuifmeel.
Helaas groeien er in onze wijk te weinig bomen waaronder
kinderen kastanjes kunnen zoeken. Eén van de weinige
bomen is jammer genoeg dit najaar verdwenen. Actievoerders
hebben de Paardekastanje uit de voortuin van de wethouder
Pechtold verwijderd. Bewust heb ik dit najaar begin oktober
kastanjes in potjes gedaan om te zien hoe snel ze gaan
kiemen. Begin maart waren de kastanjes sterk gezwollen; nog
geen van allen was gekiemd. Eén van deze kiemende kastanjes
wordt aan Pechtold gegeven in de verwachting dat daaruit een
mooie – niet steriele – boom gaat groeien voor de kinderen uit
onze wijk.
Rinny E. Kooi
Bron: Wijkkrant 22 april 2002
|  |