Over de allermooiste Japanse kers, Prunus serrulata 'Kanzan', uit de stad.
Avondkersenbloesem
strooit zijn blaadjes over mij uit
van wie niemand houdt.
Rösodõ Eiki (1820-1904).
Het jaar 2000 staat in het teken van de contacten tussen Nederland en Japan. Leiden heeft daarin een speciale plaats omdat veel van het
materiaal dat de Duitse arts Von Siebold (1796-1866) op zijn reizen naar Japan verzameld heeft in Leidse musea terecht is gekomen. In de
Hortus staan nog planten die hij heeft verzameld. Daarom ligt het voor de hand dat dit jaar ook de Japanse Sierkers als boom in deze rubriek
wordt besproken.
In het voorjaar, eind april of begin mei, als nog weinig bomen bladeren hebben, ontluikt de bloesem van de Japanse Sierkers.
In onze wijk staan veel exemplaren. De bloemen van deze bomen variëren tussen rose en wit. Vooral de bomen met rose bloemen overheersen het
straatbeeld langs de Uhlenbeckkade.
Men vermoedt dat deze soort oorspronkelijk uit China afkomstig is. De naam 'Kanzan' is afgeleid van het Chinese teken voor heilige berg.
Vervolgens zijn in Japan op grote schaal talloze variëteiten gekweekt. Gezien de “nauwe banden” tussen Leiden en Von Siebold ligt het voor
de hand dat men zich afvraagt of deze Sierkers door Von Siebold naar Nederland is gehaald. Dat is niet het geval. De boom is in 1819 in
Engeland ingevoerd en is van daaruit naar Nederland gekomen.
De meeste Sierkersen kunnen niet uit zaad worden opgekweekt, maar moeten door enting, gewoonlijk op een zaailing van de Zoete Kers
(Prunus avium), worden vermeerderd. Een Japanse Sierkers kan wel 12 meter hoog worden.
De allermooise Japanse Sierkers staat tegenover Uhlenbeckkade 6. Maar is dit wel zo'n Sierkers? Deze boom bloeit op een heel verrassende wijze:
de ene helft is rose, de andere wit. De doorsnede van de rose dubbele bloemen is ongeveer 5,5 cm en er zijn ongeveer 30 kroonbladeren.
De witte enkele bloemen zijn iets kleiner en minder vol. Ook in de zomer kan men opmerkelijke verschillen zien. De rose helft heeft naar
verhouding veel minder bladeren gevormd dan de witte. De witte helft vormt wel vruchten, eetbare bessen. De boom is een Zoete Kers met op
de stam de ent van de Japanse Sierkers. Waarschijnlijk is het niet de bedoeling geweest dat de stam zou doorgroeien. Het resultaat is met
name in het voorjaar indrukwekkend mooi. Als men de stam bestudeert vanaf de straatzijde, ziet men ook verschil in de bast.
De takken van de Japanse Sierkers hebben de kenmerkende bruinachtige schors met poriën in ringen; de stam en de takken van de Zoete Kers
hebben een glanzende bast die in horizontale repen afschilfert.
Ook in de herfst is de Japanse Kers een bezoekje waard. De bladeren verkleuren goudroze tot rood en ze blijven soms betrekkelijk lang hangen.
Japanners houden van Prunus-soorten. Ze “beleven” als het ware de bloei! En ook de verkleuring van de bladeren in het najaar is zeer
populair. Volgens Carla Teune, de Leidse Hortulanus (vroeger woonde zij in onze buurt), gaan in het voorjaar, begin april, veel Japanners de
kersenbloesem bekijken. “Hanabi” wordt dat genoemd. Vooral in Ueno-park in Tokyo wordt uitgebreid gepicknickt en met groepen vrienden of collega’s
genoten van de bloei van de kersenbomen in dat park. Men heeft een kalender opgesteld van de bloei van allerlei soorten Prunussen in
relatie tot de verspreiding over Japan zodat men precies weet waar men moet zijn om ze te zien bloeien. De liefde voor de Prunus-soorten
wordt op allerlei wijzen geuit: men bakt koekjes in de vorm van de bloemetjes, er worden siervoorwerpen gemaakt van het hout en men maakt
kunstvoorwerpen uit stukken bast van bepaalde soorten. En de bomen worden uitgebreid bezongen in de literatuur zoals in de haiku
bovenaan dit stukje.
Stel je voor dat de mensen in Leiden evenveel van de Prunussen zouden houden als de Japanners! Het park tussen de Uhlenbeckkade
en de Meijerskade zou dan in het voorjaar te klein zijn, het zou vol zitten met picknickende Leidenaars. Ook in het najaar zouden velen daar
een ommetje maken. Dat najaars ommetje is ook nu zeker aan te raden!
Rinny E. Kooi
Bron: de Wijkkrant nummer 17, augustus 2000
|