Professor Heike Kamerlingh Onnes (1853-1926)
Ik schat U – als bewoner van deze wijk – in als een regelmatig
museumbezoeker. Als inwoner van Leiden wordt U dan ook op
buitengewone wijze door deze stad getrakteerd. Van de vele
musea in Leiden steekt – voor mij persoonlijk – Boerhaave er
met kop en schouders bovenuit. In dit museum is (bijna) alles
te vinden op gebied van de natuurwetenschappen zoals die in
het verleden in Leiden zijn bedreven. Lopende door dit museum
wordt de aandacht getrokken door machines en apparaten
die er ogenschijnlijk wat sjofel uitzien, maar in de tijd dat
zij gebruikt werden tot de high-tech van toen beschouwd mogen
worden. Als voorbeeld hiervan de heliumliquefactor van
Kamerlingh Onnes. Samen met een aantal enorme pompen
staat deze in Boerhaave tentoongesteld. Het slanke apparaat
met “lullige” verbindingen, solderingen en leren afsluitriempjes
in elkaar gezet, heeft bijna 100 jaar geleden voor een ware
revolutie in de natuur- en scheikunde gezorgd. Op 10 juli 1908
was, na 25 jaar ploeteren, berekeningen maken en overleggen,
Kamerlingh Onnes met dit apparaat in staat de wedloop
naar de laagste temperaturen in zijn voordeel te beslechten.
10 Juli 1908, ongeveer half acht in de
avond; Leiden is op die dag voor korte tijd
de koudste plaats ooit (tot dan toe) op de
aarde, -269 graden Celsius. Kamerlingh
Onnes heeft die dag het laatste “permanente
gas” vloeibaar weten te maken:
Helium. Lange tijd was het spannend of de
apparatuur het wel zou houden. Door middel
van de cascade methode werd bovengenoemde
extreme temperatuur bereikt.
Hiermee werd een belangrijk experiment
uitgevoerd dat interessante gevolgen had
voor de toekomst, met name op gebied van
“supergeleiding”.
Heike Kamerlingh Onnes werd in Groningen geboren op
21 september 1853. Vader Harm was eigenaar van een dakpannenfabriek
aldaar. Heike was de oudste van vijf kinderen
van het welgestelde gezin. Heike’s broer Menso zou een begenadigd
schilder en aquarellist worden, voornamelijk van
stillevens en portretten. Menso’s zoon Harm Henrick verwierf
faam met het schilderen van portretten van vooraanstaande
(Leidse) burgers, waaronder een paar wereldberoemde Leidse
wetenschappers.
Als eerste werd door Heike de Groningse HBS doorlopen. Interessant
is dat de toenmalige directeur van de HBS in Groningen
de latere Leidse hoogleraar Jacob Maarten van Bemmelen
was (chemie). Daarna volgt een aanvullende opleiding Grieks
en Latijn. In 1870 wordt hij ingeschreven aan de universiteit
van Groningen in de studierichting wis- en natuurkunde.
In 1876, na wat omzwervingen, rondt hij zijn studie af om op
6 juni zijn doctoraal-examen af te leggen. In 1878 wordt hij
assistent aan de Polytechnische School in Delft waar hij voor
onder meer professor Snijders de colleges verzorgt. Op 10 juli
1879 promoveert hij na zijn dissertatie “Nieuwe bewijzen voor
de aswenteling der aarde” te hebben verdedigd. Rond 1880
komt Kamerlingh Onnes in contact met J.D. van der Waals sr,
die hem de problemen van zijn “toestandsvergelijking” voorlegt,
betreffende de theorie van gassen en vloeistoffen en hun
gedragingen. Deze ontmoetingen zullen grote invloed op de
verdere carrière van Kamerlingh Onnes hebben.
Kamerlingh Onnes is al aardig ingeburgerd in de natuurkundige
wereld als hij in 1882 de plaats van professor Reijke mag
overnemen aan de Leidse Universiteit, waar ook vijf jaar eerder
H.A. Lorentz was benoemd in de theoretische natuurkunde.
Door deze benoemingen was in één klap de natuurkunde in
Leiden op een hoger plan komen te staan. Heike betrok het
natuurkundig laboratorium aan de Steenschuur.
Heike wist het verouderde laboratorium tot één van de modernste
van die tijd te maken. Vanaf zijn aanstelling als hoogleraar
in Leiden wordt de meeste tijd besteed aan de
vervolmaking van het laboratorium, het geven van colleges en
onderzoek op verschillend terrein; met name het bereiken van
extreem lage temperaturen. Doordat de daarvoor benodigde
instrumenten niet of nauwelijks voorhanden waren heeft
Kamerlingh Onnes in Leiden een instrumentenmakerschool
opgericht. Zo kon hij ze met behulp van zijn leerlingen zelf
fabriceren. Deze instrumentenmakerschool bestaat nog
steeds. De LIS aan de Einsteinweg.
Op 8 september 1887 trouwt hij met Maria Adriana
Wilhelmina Elisabeth Bijleveld en uit dit huwelijk is één zoon
geboren. Van zijn vrouw is bekend dat ze Kamerlingh Onnes,
die niet gezegend was met een goede gezondheid, liefdevol
bijstond. Zij woonden samen geruime tijd aan de Haagweg,
toen nog buiten de stad.
In 1913 ontving Kamerlingh Onnes de Nobelprijs voor de
natuurkunde als erkenning voor het lage-temperatuuronderzoek.
De ontdekking van supergeleiding (samen met een
assistent) heeft daar ook aan bijgedragen.
Het is 1924 als Kamerlingh Onnes het voor gezien houdt en
met emeritaat gaat. Zijn toch al zwakke gezondheid ging hem
meer en meer parten spelen. Na een uiterst vruchtbaar leven
sterft hij twee jaar later op 21 februari 1926 en wordt hij vier
dagen later onder grote belangstelling op de Nederlands
Hervormde begraafplaats te Voorschoten begraven. Zes jaar
na zijn dood wordt het door hem wereldberoemd geworden
laboratorium aan het Steenschuur omgedoopt tot Kamerlingh
Onnes Laboratorium. Hoewel het niet meer in gebruik is als
natuurkundig laboratorium draagt het gebouw nog wel altijd
zijn naam.
Hans Elsgeest
|