Het werk van Kropholler
Een Reisverslag
Met toestemming van de auteurs overgenomen uit het lustrumboek 60 jaar Petruskerk.
Inmiddels zijn zowel de Petruskerk als de omliggende woningen Rijksmonument geworden.
Eind 1995 zijn de heren Ton van Schie en Pier Tolsma door de feestcommissie voor het 60-jarig bestaan van de Petruskerk
benaderd met het verzoek om een bijdrage te leveren aan het lustrumboek en met behulp van foto’s een beeld te schetsen van
de architectuur van Kropholler, de architect van de Petruskerk en het aansluitende blok huizen. Op deze wijze moet het
duidelijk worden, wat er zo bijzonder is aan de Petruskerk.
Het lijstje met bouwwerken wat ons is verstrekt wordt door Ton met behulp van naslagwerken en rondbellen verder uitgebreid
en voorzien van adressen en wetenswaardigheden. Tevens komt hij erachter, dat Alexander Jacobus Kropholler op 26-07-1881
in Amsterdam is geboren en op 17-5-1973 in Wassenaar is overleden. Onderweg zullen wij nog het volgende lezen.
”Kropholler was autodidact. Hij werkte oorspronkelijk samen met de Amsterdammer J.F. Staal, maar ontwikkelde later zijn
eigen bouwtrant, verwant aan die van de jonge Berlage. Kropholler was een fel tegenstander van nieuwe internationaal
georiënteerde stromingen. Zijn stijl was traditioneel, autoritair en gericht op het nationale volkseigen’.
Pier maakt ter voorbereiding een aantal foto’s van de Petruskerk en de omliggende huizen.
In dit reisverslag trachten wij niet een wetenschappelijke verhandeling over het werk van Kropholler te geven. Daarvoor
kan de geïnteresseerde lezer terecht in tal van wetenschappelijke boeken. Wij willen vertellen wat wij zien en meemaken op
onze expeditie langs de werken van Kropholler.
Leidschendam
Donderdag 28 december is een geschikte dag. Wij hoeven niet te werken en het is prachtig zonnig winterweer. Zo gaan wij op
stap; de een de camera met een kleurenfilm en de ander met een zwartwitfilm geladen. De eerste bestemming is het in 1940
gebouwde raadhuis van Leidschendam. Dit is onmiskenbaar een werk van Kropholler. Wij herkennen de deuren, lantaarnpalen en
de knik in het dak. Ook de zware rode bakstenen en het gebruik van natuursteen komt ons bekend voor. De uitbreiding aan
de zuidzijde is van 1961, die aan de achterkant van 1981.
Rotterdam
In Rotterdam is het zoeken. Aan de Mathenesserdijk moet een Kropholler staan van 1930, de kerk van Sint Antonius Abt. Na een
keer op en neer rijden vinden wij het betreffende plein. Echter geen kerk te bekennen. Wel enige van oorsprong katholieke
scholen.
Zorgvuldige bestudering van de huisnummers doet ons op een onlangs geplaatste schutting stuiten. Onze lengte komt nu goed
van pas. Een blik over de schutting maakt ons veel duidelijk: Kaalslag, de koppen van de fundering is nog zichtbaar,
de vorm van het koor duidelijk herkenbaar.
Latere telefoontjes leren ons, dat de kerk aan de Mathenesserdijk de Nicolaaskerk is geweest. Deze parochie is samen met
de Anthonius Abt, de H. Hart en de Petrus samengevoegd tot de parochie Pax Christi. De kerk van Sint Anthonius Abt is
reeds in 1972 afgebroken en stond in de Jan Kruyffstraat. Deze kerk telde 1150 zitplaatsen en 130 klapstoelen. De kerk
maakte deel uit van een gebouwencomplex met daarin een aantal scholen. Een scholencomplex van drie scholen is het enige
wat er nog moet staan.
Wateringen
Over de schoonheid van het raadhuis van Wateringen is ons reeds verteld. Het dorp binnenrijdend zien wij al snel een paar
hoog oprijzende schoorstenen. Dat moet het zijn. Dit zal ons vaker gebeuren: een silhouet van schoorstenen, daken of toren
en wij als ‘Krophollerkenners’ weten dat wij beet hebben. Dit is 1938 gebouwde raadhuis is inderdaad een juweeltje. De
hoge trapgevel is voorzien van een drietal zeer zware muurankers. Een ander stijlelement wat wij ontdekken, is de
natuurstenen afwatering in een raamkozijn. In de zijgevel zien wij een herkenbare raampartij: glas-in-lood met in een
ruitvorm een afbeelding, zoals dat ook in de grote zaal van de pastorie het geval is. De natuurstenen omlijstingen van
ramen en deuren zijn gehouwen in de bekende vormen. Ook hier is zoals in Leidschendam en bij de nog volgende raadhuizen
de hoofdingang voorzien van een trap en een bordes met een tweetal natuurstenen beelden. De latere uitbreiding is in de
zelfde stijl.
Scheveningen
De Onze Lieve Vrouwe van Lourdes in Scheveningen herkennen wij niet meteen als van Kropholler. Hier niet de gebruikelijke
kloostermoppen. Ook het smeedijzeren beslag van de deuren is hier niet van de robuustheid zoals wij tot nu toe hebben gezien.
Een bezoek aan de Lourdesgrot, die weinig indruk op ons maakt, leert dat deze kerk omstreeks 1920 moet zijn gebouwd.
Kijkend naar de details van kerk en aanliggende huizen herkennen wij tal van details die wij vaker bij Kropholler zien:
ruitvormige glas-in-loodramen, een de trap volgende raampartij, kruisvormige openingen in de balustrades, de deuren van de
huizen, een dak in een hoek en het gebruik van natuursteen en van smeedijzeren ornamenten.
Den Haag
Ook de Sint Paschalis in Den Haag is een vroege Kropholler. Deze kerk is van 1919. Wat ons meteen opvalt, is het kruis op
de toren. Dit is vrijwel gelijk aan dat van onze Petruskerk. Het wordt ons duidelijk dat Kropholler pas in de dertiger
jaren tot de hem zo kenmerkende robuuste stijl is gekomen. Deze kerk is veel lieflijker van aard en kent vele verrassende
doorkijkjes. Hier zien wij voor het eerst het veelvuldige gebruik van de balustrades met de kruisvormige openingen.
De stevige steunberen en de hoge schoorstenen komen ons heel bekend voor. In het timpaan boven de hoofdingang vinden wij
in natuursteen in hoogreliëf uitgehouwen pelikaan die haar jongen voedt. Een op deze wijze vormgegeven Sint Petrus had
Kropholler dus boven de hoofdingang van onze kerk in gedachten.
Noordwijkerhout
Wij sluiten deze schitterende dag af met een bezoek aan het raadhuis van Noordwijkerhout. Dit in 1930 gebouwde raadhuis
toont weer alle kenmerken die wij voortdurend bij Kropholler zien. De beelden voor het bordes zijn hier niet in de vorm van
leeuwen, maar van mensen: een bollenboer en –boerin. Het gemeentewapen is uitgebeeld in een tegeltableau.
Waalwijk
Op weg naar de oud-en-nieuw viering komt Pier op 30 december langs Waalwijk en Eindhoven. Wederom een stralende zon, maar
nu ook een ijzig snijdende wind. Waalwijk is een belevenis. Het in 1932 gebouwde raadhuis met omliggende gebouwen vormt
een groot complex. Een deel hiervan is in 1986 in de zelfde stijl gebouwd. Alle kenmerken van de jaren dertig Krophollers
komen wij hier tegen. Het raadhuis met zijn imposante trapgevel doet qua vorm denken aan het stadhuis van Gouda. De beelden
op de trapleuningen zijn hier twee koeien die wijzen naar de veeteelt en de leerindustrie van deze streek. Op het plein
voor het raadhuis komen wij weer de bekende lantaarn tegen. Achter het raadhuis staat een grote vierkante toren.
Waarschijnlijk is deze van de brandweer. Het lijkt meer een verdedigingswerk. Zoals bij de meeste werken van Kropholler
is het zware smeedijzer hier rood geschilderd. Bij enkele andere werken zien wij, dat voor bruin of voor zwart is gekozen.
Eindhoven
Het Van Abbemuseum in Eindhoven is niet indrukwekkend. Het in 1937 onmiskenbaar door Kropholler gebouwde museum maakt met
zijn grotendeels gesloten gevel en door het ontbreken van opgaande lijnen een wat saaie indruk.
Neerbeek
Helaas is het weer met de jaarwisseling dermate slecht, dat er geen bezoek aan de door Kropholler in Limburg gebouwde
kerken is gebracht. Zeker moeten we nog eens naar Neerbeek. De hier in 1932 gebouwde Sint Callixtuskerk is volgens Jules
Kirch een vrouwelijke versie van onze Petruskerk.
Egmond-Binnen
Op zaterdag 13 januari schijnt de zon en gaan wij weer met z’n tweeën op stap. Eerst naar Egmond-Binnen. Hier bevindt
zich de Benedictijnerabdij Sint Adelbertus. De te midden van de landerijen oprijzende abdij is tamelijk sober van stijl.
Nadat wij hebben verteld wat het doel is van onze expeditie worden wij in de tuin van de abdij toegelaten. Het meest
opvallende zijn de twee gordijnen in de vorm van lange onderbroeken. De abdij is in 1935 gebouwd. De abdijkerk, die wij
voor een echte Kropholler aanzien, blijkt pas in de jaren vijftig te zijn gebouwd. Als wij het abdijcomplex van afstand
willen fotograferen lopen we langs een aantal lage schuurtjes. Hierin zien wij natuurstenen sluitstenen boven de deuren
met o.a. het wapen van de abdij. Dit zijn dus Krophollerschuurtjes. Ook de bijbehorende boerderij blijkt van Kropholler.
Nadat wij aan de boer hebben uitgelegd, dat wij geen spionerende Russen zijn, en dat je Kropholler niet kunt eten,
verleent hij enthousiast zijn medewerking. Dit leidt tot foto’s van een half geopende schuur met achter de zware
Krophollerdeuren een moderne tractor.
Bergen
Het volgende doel is Bergen. Na een aantal telefoontjes is Ton te weten gekomen, dat de Gereformeerde (sic) kerk van
Kropholler is. De wonderen zijn de wereld niet uit. Dus wij erheen. Bij de kerk aangekomen, kunnen wij nu toch wel als
echte Krophollerkenners vaststellen, dat dit onmogelijk een Kropholler kan zijn. Informeren bij het VVV-kantoor helpt
ons weinig verder. Op naar de Katholieke kerk. Dat is ook geen Kropholler. De mevrouw die ons te woord staat, weet ons
na ruggespraak met de pastoor naar een plaatselijke boekhandelaar te verwijzen. Deze man heeft kennis van zaken. Hij noemt
de architecten van zowel de Katholieke als de Gereformeerde kerk en kent in Bergen geen enkel werk van Kropholler, maar
misschien vinden wij iets in de bibliotheek. Op weg naar de bibliotheek toch nog maar even bij het VVV informeren.
Hier worden wij er door een andere bezoeker op gewezen, dat het ook niet in Bergen aan Zee kan zijn, want dat is geheel
door Berlage gebouwd. Nadat de vriendelijke dame nog heeft geprobeerd de directeur te bellen die alles van Bergen weet,
want hij is schoolmeester geweest, komt deze nog steeds vriendelijke dame met de vraag of het misschien ook Bergen in
Limburg zou kunnen zijn. Beschaamd druipen wij af.
Alkmaar
In Alkmaar hebben wij meer succes. Tegenover elkaar vinden wij het voormalige politiebureau en het voormalige kantoor van
Het Hooge Huys. Het kantoorgebouw is van 1931 en het politiebureau van 1937. Beide gebouwen zijn in harmonie met elkaar
gebouwd en drukken een duidelijke stempel op het centrum van Alkmaar. Evenals in het Van Abbemamuseum vinden wij in het
kantoor een met koper beklede deur als hoofdingang. Naast een cirkelvormig reliëf van een haar jongen voedende pelikaan
treffen wij in het kantoorgebouw waar nu de Friesland Bank is gevestigd, ook een Kropholler geldautomaat aan. Voor een
purist is dit een verschrikking. Verderop komen wij nog een losse Kropholler lantaarn tegen.
Amsterdam
De dag wordt afgesloten met een bezoek aan Amsterdam. In Amsterdam-Noord vinden wij tezamen in één complex de Sint Ritakerk
en het Sint Rosaklooster. de kerk is van 1921 en het klooster van 1926. Het geheel verkeert in een slechte staat van
onderhoud. Van een gedeelte van het klooster zijn de ramen dichtgetimmerd en ontbreekt het dak (Kropholler-cabriolet).
Boven de hoofdingang van de kerk prijkt een bord ‘bibliotheek’. Het geheel is sober van stijl en toont vooral gelijkenis
met de Sint Paschalis Babylonkerk in Den Haag. Ook hier is veelvuldig gebruik van balustrades en een aantal verrassende
doorkijkjes. Door de invallende duisternis is het gebruik van een flitser noodzakelijk. Dit wekt de aandacht van een van
de bewoners van het aan de kerk verbonden huis (de pastoor?). Gebarend verschijnt hij op het balkon. Wij krijgen de indruk,
dat wij voor projectontwikkelaars worden aangekeken. Even in het donker rondwandelen door de Linnaeushof doet ons besluiten
nog eens terug te keren naar Amsterdam.
Op zondag 21 januari is het weer goed en zijn wij terug in Amsterdam. De Linnaeushof maakt deel uit van de wijk
Watergraafsmeer. Dit is het grootste werk van Kropholler dat wij kennen. Het in 1928 gebouwde complex bevat naast een
enorme kerk, een lagere en een middelbare school en een groot aantal vier verdiepingen hoge huizen. De lagere school is
duidelijk een latere toevoeging. Van de middelbare school vermoeden wij hetzelfde, alhoewel deze qua stijl Kropholleriaans
is. Ook de in het midden van het hof aangelegde tennisbaan lijkt ons niet van Kropholler. Het geheel is zeer indrukwekkend
en Amsterdams van stijl: wel groot, ook steeds, maar niet grootsteeds. Op de gevels van de huizen treffen wij op tegels
de tekens van de dierenriem aan. Bij nader inzien zijn wij die vaker tegengekomen; bijvoorbeeld ook in gebrandschilderde
ramen. De kerk, gewijd aan de Heilige Martelaren van Gorcum heeft een zeer forse gevel, waaruit een omvangrijke, maar
niet erg hoge toren oprijst. In de toren weer een natuurstenen voedende pelikaan. Van een gewezen misdienaar horen wij,
dat het tabernakel in onze Petruskerk ook een dergelijke afbeelding kent. Vanaf het zangkoor is ons dat nooit opgevallen.
(De pelikaan is het zinnebeeld van de zelfopofferende liefde van Christus. Volgens de oude fabel zou de pelikaan zijn
jongen voeden, waartoe hij zich de borst openpikt.) Door de dubbele zijbeuken en de vrij kleine ramen met ronde bogen doet
de kerk Romaans aan. Ook de lage vieringtoren draagt hieraan bij.
Beverwijk.
Ons laatste reisdoel is Beverwijk. Hier treffen wij de vroegste Kropholler aan. De kerk van Onze Lieve Vrouwe van Goede
Raad is van 1915, maar onmiskenbaar een Kropholler. Ook hier weer zoals in Scheveningen het veel lichter uitgevoerde
beslag op de deuren. Het Angelusklokje hangt, zoals wij eerder hebben gezien, in een in de hoogte doorgeschoten steunbeer.
Een fraaiere oplossing dan het torentje dat eens onze Petrus sierde. De toren heeft een zadeldak. De richting van het
zadeldak staat haaks op de lengterichting van de kerk. Volgens Pier, Fries en dus kenner, hoort dit niet zo. Opvallend
is de houten overkapping van de hoofdingang van de kerk.
Terug naar de Petrus
Wij zetten voorlopig een punt achter onze ontdekkingsreis langs Krophollers. Het boek moet naar de drukker. Gaandeweg
hebben wij de stijl van Kropholler voor onszelf en hopelijk ook voor de lezers van dit artikel blootgelegd. Wij bekijken
onze kerk voortaan met andere ogen. Tal van details vallen ons nu ook aan de Petruskerk op en nog meer zijn wij onze
kerk gaan waarderen. Ongetwijfeld gaan wij nog eens naar Grouw, Medemblik, Tilligte, Bergen(L), Neerbeek en Heerlen
om ook daar de Krophollers te bezoeken.
Ton van Schie & Pier Tolsma
Naschrift:
In het artikel komen slechts die Kropholler-objecten ter sprake die wij op het moment van het verschijnen van het
boekje "60 jaar Petruskerk" hadden bezocht. Later ontdekten we er steeds meer. Want na het jubileum ben ik er mee
doorgegaan. Inmiddels zijn er 148 ontwerpen van Kropholler bekend. Sommige zijn inmiddels alweer gesloopt, andere nooit
uitgevoerd. Het gaat overigens niet altijd om bouwwerken. Er zitten ook ontwerpen tussen voor meubels en andere
interieurobjecten.
Leuk om te weten misschien, dat eind 2002 in de BONAS-reeks van het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam
een boekje over het oeuvre van Kropholler is verschenen (ISBN 90-76643-12-1). Het is niet in de boekhandel verkrijgbaar,
maar alleen bij de Stichting BONAS te bestellen: Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (tel. 010-4401200).
Ton van Schie
|