Het voorjaar komt in stile; met
een fijner oor
Zou ik het breken, barsten,
knallen horen
Waarmee de blaren uit hun
schilden dringen
Adriaan Morriën (1912-2002
in 'Lenteavond'
In de achtertuin van Cobetstraat 49
staat een boom die – voorzover ik weet
– ook de enige tulpenboom in onze wijk
is. Deze Liriodendron tulipifera L. is
omstreeks 1960 aangeplant en is ook
een van de weinige tulpenbomen in
Leiden. We hebben dus met een in Leiden
zeldzame en bijzondere soort te maken.
Het uitbotten van de Liriodendron, het
te voorschijn komen van de bladeren, is
een heel mooi gezicht. De knoppen van
de bladeren zijn plat. De bladeren zitten
opgevouwen onder de knopschubben.
Nadat ze bevrijd zijn van hun knopschubben
groeien ze relatief snel en vouwen
zich open (zie figuur). Er ontstaat een
klein symmetrisch blaadje met twee
punten. Dat kleine blaadje groeit uit tot
een groter blad (soms tot 18 cm lang)
met vier grote driehoekige lobben; zo
ontstaat het unieke blad van de Liriodendron.
Sommige mensen vinden dat die
bladeren op tulpen lijken en zeggen dat
de boom vanwege de bladeren de naam
tulpenboom heeft gekregen. Ik stel me zo
voor dat die jonge ‘blaren’, zoals Adriaan
Morriën schreef, zich dan letterlijk ‘uit
hun schilden dringen’. Omdat de boom in
de achtertuin staat, kan je niet zo maar
het uitbotten van dichtbij waarnemen.
Maar op een andere plek in Leiden kan
dat wel: links van de toegangspoort van
de Hortus staat een grote tulpenboom.
Bloem
De tulpenboom heeft de naam waarschijnlijk
niet van de bladvorm, maar
van de vorm van de bloem gekregen. De
naam is verwarrend. Vaak wordt met een
tulpenboom de Magnolia bedoeld. Deze
soort heet in het Nederlands de beverboom
omdat de knoppen op de staart
van een bever lijken. Zowel de Liriodendron
als de Magnolia horen thuis in de
Magnoliaceae, de Magnolia-achtigen. De
bloemen zijn groen-abrikooskleurig en
hebben oranje vlekken. Ze zitten vaak
hoog in de boom en ze lijken echt op
tulpen (zie figuur). Na een warm voorjaar
bloeit de boom veelal in juni en juli, dus
als de ‘echte’ tulpen al lang en ook voor
Leiden geldt, kunnen we pas over ten
minste 10 jaar controleren. In februari
2008 is dicht bij onze wijk, in het Plantsoen,
tegenover huisnummer 37 een
tulpenboom aangeplant.
De bloem van de tulpenboom bestaat
uit veel losse, in spiralen gerangschikte
onderdelen: bloemdelen, meelbladeren
en vruchtbladeren. De vruchtbladeren,
die in dichte spiralen in het centrum van
de bloem staan, vormen samen een verzamelvrucht.
Voorheen werden het ‘type’
bloemen van de Liriodendron als ‘primitief’
aangemerkt, maar moderne, op DNA
gebaseerde inzichten hebben de Magnoliaachtigen een aparte positie binnen
het systeem van de bloemplanten (apart
van de Monocotylen en de Dicotylen)
gegeven. De Liriodendron is in Nederland
ingevoerd. In Noord Amerika is de Liriodendron
verspreid van Nova Scotia tot in
Florida. Het type bloem van de tulpenboom
wordt veelal door kevers bestoven.
Het zaad heeft vleugeltjes voor de
verspreiding. Over het algemeen vormt
de Liriodendron in Nederland niet veel
kiemkrachtige zaden. Misschien komt
dat omdat het soort kever dat daarvoor
nodig is niet in Nederland voorkomt. In
Noord Amerika vormt de boom wel veel
kiemkrachtige zaden. Daar wordt de
tulpenboom vanwege de vorm en de
kleur ‘Yellow poplar bark’ genoemd.
De leliënboom vormt tulpen
In Afrika groeit een boom, Spathoda
campanulata, die ook tulpenboom wordt
genoemd en het hout van de Braziliaanse
soort Dalbergia frutescens wordt
tulpenhout genoemd. In het ‘Verklarend
woordenboek van wetenschappelijke
plantennamen’ door C.A. Backer (2000)
staat de volgende verklaring voor de
geslachtsnaam: “Liriodendron: - van Gr.
lirion of leiron, lelie; dendron, boom:
leliënboom. De naam zinspeelt “op den
vorm der bloemen”. Tegelijk betekent
tulipifera (Lat.) tulpdragend. Als deze
gegevens worden gecombineerd kan
worden gesteld dat de leliënboom tulpen
draagt. Achter het woord tulp staat in
de ‘Van Dale’: “Fr. Tulipe, ouder tulipan/i>
< Turks tulban (tulband), zo genoemd
omdat, als de bloem wijd geopend is, er
gelijkenis met een tulband in kan worden
gezien”
‘Zo kan de lelieboom zelfs tulbandboom
worden genoemd’. De tulp en de lelie zijn
familie van elkaar en horen beide thuis in
de plantenfamilie Leliaceae; de tulpenboom
kan dus bij wijze van spreken ook
lelieboom worden genoemd. Het geslacht
Liriodendron bevat slechts <één andere
boomsoort, de Chinese Liriodendron
chinense. Ik heb vernomen dat deze Liriodendron-
soort waarschijnlijk helemaal
geen kiemkrachtig zaad meer produceert.
De reden daarvan is mij onbekend.
Van L. tulipifer bestaan nog wel enkele
kweekvarianten.
Hoe dik is de oudste tulpenboom
van Nederland?
Verschillende auteurs melden dat de
tulpenboom in 1663 door de hoveniers
van Karel I, vader en zoon Tradescant,
uit Virginia in Engeland werd ingevoerd.
Daar werd het eerst een potplant. Voor
zover ik weet staat de oudste boom, aangeplant
in 1688, bij het Fulham Palace in
Londen (More, D. & JK. White, 2003.
Cassell’s trees of Britain and Northern
Europe. Cassell). In ‘Bomennieuws’,
(uitgave Bomenstichting, zomer 2006)
schreven R.J. Koops & F. van Eeghen dat
de oudste tulpenboom in ons land bij
het Kasteel Onstein te Vorden groeit; een
bijna even oude is in 1806 aangeplant
achter het Paleis ’t Loo in Apeldoorn. Ik
vermoed dat het de schrijvers is ontgaan
dat de Liriodendron in de Leidse Hortus
eerder, namelijk in 1715, is aangeplant.
Het lijkt mij niet uitgesloten dat dit de
oudste tulpenboom
van Nederland is. Hij
heeft aan de basis een
dikke ‘knolvoet’, een
groeiwijze die
bij meer tulpenbomen
bekend is
(‘Bomen in
de Hortus
botanicus
leiden’, uitgave
van de Hortus
in 2007). Die
knolvoet heeft
een jonge uitloper
waardoor de voet
van de boom mij aan
een fluitketel doet
denken. De boom heeft
een kurkachtige grijze
bast. De stamomtrek
van de boom bij het
Paleis ‘t Loo is 5,80
meter (zie R.J. Koops
& F. van Eeghen).
Voor mij was dat
reden ook de tulpenboom
in de Hortus op
te meten. Vanwege de
knolvoet is dat lastig. Op de grond waar
de stam begint is de omtrek 6,68 meter.
Op ca 50 cm hoogte versmalt deze heel
sterk. Daar is om de stam een lijst, een
(natuurlijk band) gevormd en is de omtrek
ca 3,35 m. En op borsthoogte, dat is
ca 1,30 m, is de omtrek 2,87 cm. Ik weet
niet op welke hoogte de boom bij het
Paleis is opgemeten en of die boom ook
een knolvoet heeft. Tot slot heb ik extra
aandacht geschonken aan de tulpenboom
in de Cobetstraat. Toen ik naar de voet
van deze boom keek had ik de indruk
dat die ook een knolvoet krijgt, en op die
knolvoet drie uitlopers vormt. Op 1,30m.
hoogte is de omtrek 1,72 cm.
De omtrek van deze ca.
vijftigjarige boom is dus
al ruim de helft van de
bijna 300 jarige bij
het Paleis. Over
het algemeen
zijn er sinds
de (eerste?)
aanplant
in 1715 in
Nederland heel
weinig Liriodendrons
in tuinen en
parken neergezet.
In het najaar worden
de bladeren van deze
soort geel en is de
boom als het ware een
gouden fakkel. Alleen
al om die reden zou
deze boom vaker
moeten
worden aangeplant.
Hout
De bladeren van de Tulpenboom
zijn net zo beweeglijk
als die van de populier. En net als
een populier groeit een Liriodendron het
beste op een diepe, vochtige ondergrond.
Het is een snelle groeier. De boom kan
een hoogte van 35 meter en een breedte
van 25 meter bereiken. Deze soort heeft
over het algemeen een relatief rechte
stam. Noord Amerikaanse Indianen
noemden de boom kanohout omdat uit
de stam een kano kon worden gebouwd
voor 20 mensen. Als de boom op mineraal
houdende grond groeit, kan het
crèmekleurige hout vleugjes olijfgroen,
zwart, rozebruin of zelfs staalblauw
bevatten (C. Tudge, 2006, Het verborgen
leven van bomen, Spectrum). Het hout is
van goede kwaliteit en wordt onder meer
gebruikt voor meubels, houtsnijwerk en
deuren. Het wordt zelfs voor potloden
gebruikt. Ik geef voor het schrijven van
dit artikel de voorkeur aan mijn PC maar
ik had voor het tekenwerk wel zo’n potlood
willen gebruiken.
|  |