Alle bomen tellen mee,
ook de Gewone esdoorn aan de Lorentzkade
Onder de titel “Alle bomen tellen mee” is ongeveer vier jaar
geleden bij de gemeente Leiden een brochure verschenen over
bomen in de stad. De gemeente had alle bomen in de openbare
ruimte geteld en ze in die brochure beschreven. Op de lijst
met bomen nam de Esdoorn na de Es, de Linde en de Wilg met
3399 exemplaren de vierde plaats in.
Aan de Lorentzkade, tegenover huisnummer 14 staat een grote
Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus L.). Ik vermoed dat deze
boom niet is aangeplant maar uit zaad is opgekomen. Aangeplante
bomen hebben vaak een keurige rechte stam. Dit is bij
Esdoorns die uit zaad zijn opgekomen vaak niet het geval.
Deze boom heeft dat ook niet. Bovendien staan er in de directe
omgeving van deze Esdoorn langs het water soortgenoten
die ook geen keurige rechte stam hebben en vermoedelijk
ook uit zaad zijn opgekomen.
Het vijfpuntige blad van de Esdoorn lijkt op het blad
van de Plataan. Daarom is de boom er ook naar
genoemd: pseudoplatanus. En zelfs de stam van een
oude Gewone esdoorn lijkt soms op de stam van
de Plataan.
Hoe worden bomen geteld? Dat lijkt eenvoudig
maar in de praktijk kan dat problemen opleveren.
Wandel eens langs de Gewone esdoorn
aan de Lorentzkade en u begrijpt het probleem.
Is dit één boom of zijn het er meer?
In eerste instantie wordt aan één boom
gedacht die zich betrekkelijk kort boven
de grond een aantal keren splitst
en uiteindelijk acht stammen heeft van
ongelijke dikte. Uit nadere studie van
de boom moet ik echter veronderstellen
dat de leeftijd van de stammen
verschilt omdat de bast van
de diverse stammen ongelijk is.
In de loop der tijd zijn er mogelijk
ook worteluitlopers bijgekomen
die een nieuwe stam hebben
gevormd. Het is ook niet
uitgesloten dat een paar zaden
naast elkaar kiemplanten hebben
gevormd die met elkaar zijn
vergroeid. In dat laatste geval is
er beslist sprake van meer dan één boom. Een poosje geleden
vroeg iemand mij of ik wel eens een tweelingboom had gezien.
Het antwoord is ja; de hier beschreven Esdoorn is ongetwijfeld
een meerling. DNA-onderzoek kan uitsluitsel geven over het
aantal bomen dat hier precies staat. Dat heeft de gemeente
Leiden niet laten doen; dus onze esdoorn zal ook wel voor één
geteld zijn.
Er is nog iets merkwaardigs met deze boom aan de hand.
Als men eronder staat en omhoog kijkt ziet men dat een paar
takken onlosmakelijk met elkaar zijn vergroeid; er is sprake
van natuurlijk “enten”. Dat is in deze boom een paar keer
gebeurd.
Oorspronkelijk hoort de Gewone esdoorn niet in ons land
thuis. In de oecologische flora (door E.J. Weeda et al.) staat
dat de boom uit Zuid- en Middeneuropese gebergten komt.
“Vermoedelijk is deze soort in de late middeleeuwen ingevoerd
en wordt deze thans als een exoot betiteld. Daarover kan
men discussiëren omdat de boom waarschijnlijk ook zonder
menselijke toedoen via de rivierdalen ons land zou hebben
bereikt”. En aangezien de Rijn door Leiden stroomt ook wel
onze stad en onze buurt.
Er zijn ongeveer 115 andere Esdoornsoorten in Europa bekend;
de meeste zijn ingevoerd. Gerda van Uffelen, werkzaam in de
Leidse Hortus schrijft “In de Hortus hadden we in 1719 al Acer
negundo en Acer rubrum. We hebben ook een aantal Japanse:
Von Siebold en anderen voor hem hebben nogal wat Oostaziatische
soorten en vooral cultivars ingevoerd. In de Hortus zijn
we tegenwoordig niet echt gespecialiseerd in Acers. Dat doen
de Botanische tuinen in Utrecht in het Von Gimborn Arboretum
in Doorn. Onlangs hebben we zelfs de laatste Gewone esdoorns
omgezaagd. We werden gek van het wieden van de
kiemplantjes, en we willen meer bijzondere bomen een kans
geven om uit te groeien. Wel hebben we een aantal Japanse in
de Von Siebold gedenktuin en Europese soorten verspreid
door de tuin”.
De Leidse Hortus is niet de enige plaats waar de Gewone esdoorn
niet welkom is. In veel natuurgebieden is het een plaag.
Dat komt omdat er zo ontzettend veel zaden worden gevormd
waarvan volgens de literatuur ook nog 65% kiemkrachtig is.
En dan te weten dat deze esdoorn wel vijf eeuwen oud kan
worden. Gelukkig gaan bijna alle kiemplanten dood. Want stel
je voor dat dat niet het geval zou zijn.
In het voorjaar vormde “onze” boom veel groene bloemtrosjes.
Toen ik de zaden wilde bekijken had ik grote moeite er enkele
te vinden. De zaadzetting was erg slecht en in 2002 heeft
deze boom beslist geen zaden gevormd waaruit kiemplanten
kunnen ontstaan. Dat is gezien het succes van zaden en kiemplanten
misschien maar goed ook.
De geel-groene bloemen van de esdoorn zitten in hangende,
aan de voet vaak samengestelde trossen. De vruchten hebben
vleugels die een hoek met elkaar vormen; ze worden door de
wind overal naar toe geblazen. Daarom kiemen ze op allerlei
plaatsen, tussen tegels en muren, onder andere bomen, langs
richels en in spleten, en worden er overal (jonge) Esdoorns
gevonden. Ik betwijfel of de medewerkers van de gemeente ze
allemaal hebben kunnen vinden en kunnen tellen. Dit nog los
van de vraag wanneer een kiemplant als boom wordt geteld, of
hoe een boom wordt geteld? Ik verwacht dat de Gewone esdoorn
boven aan de gemeentelijke ranglijst van bomen terecht
zou komen.
Rinny E. Kooi
|