Dodenherdenking 2011
Op 4 mei kwamen ’s avonds om 19:00 uur ruim vijftig betrokken wijkbewoners bij elkaar rond de bevrijdingsboom in de Zeemanlaan voor een moment van bezinning en om stil te staan bij de gebeurtenissen
in de tweede wereldoorlog.
Voorafgaand aan de twee minuten stilte legden Rik Edink en Joris Bekkers, leerlingen van de basisschool Sint Joseph, een krans namens de wijkvereniging.
Bestuurslid Hanneke van der Veen sprak hierbij de volgende tekst uit:
Dit jaar vieren we het 75-jarig jubileum van de Professorenwijk want in 1936 was dit een pas opgeleverde nieuwbouwwijk met de majestueuze Petruskerk als prominent middelpunt.
Een veilige plek om te wonen, een wijk met een veelbelovende toekomst.
Niemand had toen kunnen vermoeden dat er 4 jaar later een wereldoorlog zou uitbreken. Een oorlog die onvoorspelbaar begon, onvoorstelbare wreedheden teweeg bracht en onherstelbare verwoestingen en
trauma’s achter liet.
Nu, 66 jaar na het einde van de tweede wereldoorlog zijn wij hier bij elkaar gekomen om te gedenken. Ook in de Joodse traditie wordt er aan gedenken veel waarde gehecht zoals blijkt uit deze
Chassidische uitspraak :
“Vergeetachtigheid leidt tot ballingschap, gedenken leidt tot verlossing.”
Maar wat gedenken we eigenlijk en waartoe?
Het is allemaal al zo lang geleden gebeurd. De verhalen zijn grotendeels gestoeld op overlevering. Maar in al die verhalen is de essentie wel gelijk: “vrijheid” dat is waar het om
draaide. In de oorlogsjaren werd de mensen hun vrijheid ontnomen. En gedreven door angst werd men gedwongen om precies te doen wat de bezetter voorschreef. Elke vorm van
ongehoorzaamheid werd wreed en op een onmenselijke manier bestraft. Vrijheid had plaats gemaakt voor angst en argwaan. Pas op met wat je zegt. Ga ’s avonds niet de straat op.
Met wie ga je om? Is je omgeving wel te vertrouwen? Overal kunnen verklikkers zijn. Als de media in handen zijn van de bezetter wat kun je dan wel geloven en wat niet? De mensen
moesten vaak een dubbelleven leiden en voor wie dat wilde, werd het gemakkelijk om anderen tegen elkaar uit te spelen. Zelfs hulp verlenen aan een geweldsslachtoffer kon de
hulpverlener fataal worden.
De Nederlandse bevolking moest gehoorzamen, Leiden was geen veilige stad meer, de woonwijk, zelfs de straat waar je woonde was niet veilig meer want razzia’s kwamen onverwacht
en verraders lagen overal op de loer.
Wat een leven! Ik kan mij daar gelukkig bijna niets bij voorstellen want ik ken dit allemaal slechts van verhalen en niet uit eigen ervaring want ik leef mijn hele leven al
in vrijheid.
Vrijheid in absolute zin want wij leven in een vrij land waar alles mag dus we kunnen doen en laten wat we willen. We zitten niet meer vast aan regels of dogma’s, alles is
geoorloofd zolang het maar geen wettelijk strafbare feiten betreft. We kunnen internetten, sms-en, twitteren en mailen zonder iemand in de ogen te hoeven zien. Iedereen moet
voor zichzelf bepalen wat hij wil. We beschikken over de vrijheid om te doen wat je goed vindt.
Maar, is dat wel de vrijheid die onze voorouders hebben bevochten?
Is dat wat er bedoeld wordt met die woorden op het ruwhouten dienblad dat ik mij nog voor ogen kan halen uit het huis van mijn grootouders?
Op dat dienblad stond een rood-wit-blauwe vlag afgebeeld. De vlag hing aan een kromme stok en daaronder stond geschreven: “1940-1945 de vlag is wel gebogen, maar niet gebroken.”
Toen ik ernaar vroeg antwoordde mijn grootvader: “Ja, zo was het ook. We moesten doen wat ze zeiden maar ze kregen ons er niet onder.”
Door welke vrijheid waren zij bezield?
Misschien was het de vrijheid om goed te vinden wat je doet
i.p.v. de vrijheid om te doen wat je goed vindt…
Soms vraag ik mij af wat ik zou doen als zich nu een dergelijke situatie als in de tweede wereldoorlog zou voordoen.
Zou ik die vrijheid durven te bevechten?
Zou ik vast durven houden aan de waarheid die mij door mijn geweten wordt ingegeven?
Zou ik op durven komen voor mijn medemensen die op grond van hun ras of levensovertuiging vervolgd dreigen te worden?
Zou ik mijn medemensen eerlijk recht in de ogen durven kijken?
Zou ik mijn menselijke verantwoordelijkheid op durven pakken?
Gelukkig zijn het maar gedachteflitsen. Ik hoef deze vragen niet echt te beantwoorden want we leven in een vrij land. In een heerlijke groene wijk met bereidwillige mensen die
rekening willen houden met elkaar, mensen die mee willen denken. Een wijk waarin saamhorigheid is en waardering. Waar kinderen met elkaar op straat kunnen spelen.
Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend maar deze vrijheid moet goed onderhouden worden om haar levend te houden want zij is te kostbaar om haar te laten verdorren.
Ik wil tenslotte een gedicht van Ankie Peypers aan u voordragen.
Het is getiteld:
De Vrijheid kwam in het Voorjaar
de vrijheid kwam in het voorjaar
de vrijheid komt in het voorjaar
kijk maar we vieren haar
ze kwam kapot en in tranen
ze had oorlog onder de leden
je kon niet geloven
dat komt ze te boven
haar lauwerkrans was voor doden
maar ze vroeg ons haar door te geven
ik lig in jullie handen, zei ze
wees niet stil, zoals ik niet stil was
denk niet dat het onmogelijk is
denk dat het onmogelijk is, maar doe het
neem me mee
naar waar ik niet ben
neem me mee, zegt ze
laat me leven!

|