Liefdewerk Oud Papier
Door Nynke Smits
Voor het huis van Arend en
Janny Vording aan de Hoge
Rijndijk staat een boedelbak.
Naast de voordeur zie ik vier
mini-containers staan. Voorbodes
van ons gespreksonderwerp:
oud papier.
Bij een kopje thee vertelt het
echtpaar Vording over de
afgelopen 20 pensioenjaren.
Mooie jaren waarin zij
zich als leden van de
Vredeskerk – en regelmatig
ook als plaatsvervangend
kostersechtpaar – met hart
en ziel hebben ingezet voor
verschillende vormen van
vrijwilligerswerk, met name het
verzamelen van oud papier.
Als de sirenes loeien
Elke eerste maandag van de maand, de
dag waarop de sirenes loeien, is Arend te
vinden aan de Zeemanlaan bij de grote
papiercontainer. Iedere maand weet hij
met de door hem uit Nieuw Vennep gecharterde
container en met zijn boedelbak
zo’n 9000 kilo papier te verzamelen.
De opbrengsten, momenteel 4 eurocent
per kilo, zijn bestemd voor christelijke
projecten. Op het lijstje staan onder meer
Open Doors, Kerk in Nood, Nederlands
Bijbel Genootschap en ook een
alfabetiseringsproject in Pakistan, waar
taal, lees en schrijf cursussen worden
gegeven, er kleine boekjes gedrukt
worden in hun eigen taal voor op scholen
en algemene ontwikkeling van kinderen.
Tijd om op te houden
In principe is er bij de container elke twee
uur een verse vrijwilliger aanwezig om
papier in ontvangst te nemen, maar in de
praktijk draait Arend vaak overuren. In
korte tijd hebben enkele van zijn trouwe
medewerkers zich om verschillende
redenen uit het vrijwilligerswerk moeten
terugtrekken. En nu begint hij zelf, met
zijn 79 jaar ook niet meer de jongste, te
kwakkelen. Het is dus tijd om op te houden.
Op 2 en 3 januari zal Arend Vording
voor de laatste maal op de Zeemanlaan
te vinden zijn. Ook zal hij niet langer met
zijn boedelbak op afroep de ronde maken
en papier droppen in de containers. Het
is genoeg geweest. Maar het werk moet
doorgaan. En dat baart Arend zorgen.
Want wie is bereid hem op te volgen?
“Mijn vader was een
boerenlandarbeider, mijn zoon
is een professor”
Wie zijn toch deze stille krachten achter
het oud papier in onze wijk? Janny en
Arend, die vijf kinderen hebben en
dertien kleinkinderen, zijn afkomstig uit
Drenthe. Toen Arend in 1956 werd aangesteld
als aspirant politieagent in Leiden,
kwam Janny hem achterna en werkte bij
een arts als hulp in de huishouding. Dat
leverde, met kost- en inwoning, meer op
dan haar eigenlijke beroep: coupeuse.
Voor Arend was het niet nieuw om zijn
geboortestreek te verlaten: voordat hij
Janny leerde kennen was hij als marinier
gestationeerd op Curaçao. Zijn zus is
getrouwd met Janny’s broer. Toen Janny
het portret van de knappe marinier bij
zijn ouders op de schoorsteenmantel zag
staan, was ze verkocht. Over een klein
jaartje is het echtpaar Vording 55 jaar getrouwd.
Vóór zijn diensttijd werkte Arend
in een bakkerij, maar hij wilde hogerop.
Het werd de politie in Leiden. “Mijn vader
was een boerenlandarbeider, mijn zoon is
een professor”, zegt Arend lakoniek.
“Was dat een dienstgesprek?!”
Bij de politie heeft Arend alle geüniformeerde
rangen doorlopen. In het begin
moest je natuurlijk surveilleren op de
fiets. “Dan fietste ik de Breestraat op en
neer. En als ik dan eens met een voorbijganger
in gesprek raakte kon het je
gebeuren dat een adjudant dat zag. Die
wenkte je dan en vroeg op barse toon:
“Was dat een dienstgesprek?!”
Toen Arend, in 1991 op 58 jarige leeftijd
vervroegd met pensioen kon heeft hij het
politiewerk niet gemist. “We gingen eerst
zes weken met de caravan naar Frankrijk,
en ach, toen we terugkwamen, waren
we gewend.” De kleinkinderen werden
geboren en samen met Janny nam hij veel
oppaswerk voor zijn rekening. Dankzij
het ontwikkelingswerk van één van de
kinderen hebben ze veel gereisd. Ze
bezochten Botswana, Zambia, Thailand en
Vietnam. Zo heeft Janny haar vliegangst
overwonnen.
“…wie moet er dan die oude kranten doen?”
Janny is altijd nauw bij het
vrijwilligerswerk betrokken geweest.
Wanneer Arend, zoals recentelijk na
twee staaroperaties, verstek moest laten
gaan, sprong zij in de bres. En ook de
kleinkinderen helpen soms een handje
mee. Toch baart de situatie hun kleinzoon
wat zorgen. Zo vroeg hij als 3 jarige: “Als
opa straks dood is, wie moet er dan die
oude kranten doen?”
Tja, opa heeft nog geen plannen om te
verscheiden, maar die oude kranten moet
nu inderdaad een ander gaan doen. De
heer Vording denkt aan een gepensioneerde
wijkbewoner. Wel voegt hij er aan toe:
“Het is dan wel vrijwilligerswerk, maar
vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend!”
|  |