Skip Navigation Links
Home
WijkwebExpand Wijkweb
VerenigingExpand Vereniging
KrantExpand Krant
DossierExpand Dossier
WijkExpand Wijk
LinksExpand Links
WijkwijzerExpand Wijkwijzer
ArchiefExpand Archief

Dag Blauwe

door Alfred Dernison

Op 9 november 1961 reed voor het laatst de tram naar den Haag. Daarmee kwam een eind aan 83 jaar Leidse tramgeschiedenis.

Tussen 1879 en 1884 raakte Leiden ingesponnen in een web van tramlijnen. Een paardentram van de Hoge Rijndijk naar het station, stoomtramlijnen van het station via de Rijnsburgerweg naar Haarlem, Katwijk en Noordwijk en een stoomtram vanaf het Noordeinde via Voorschoten naar den Haag. In 1909 werd begonnen deze lijnen te elektrificeren onder de vlag van de NZH (Noord Zuid Hollandse Tramweg Mij.) Hiervoor werd het Kort Rapenburg overkluisd, de Paardensteeg gesloopt en een nieuwe Blauwpoortsbrug gebouwd.

In dienst gesteld
In 1911 werd de elektrische in dienst gesteld. Met de geel geverfde trams kon een reis vanaf de Hoge Rijndijk naar de kust worden gemaakt. Kort na de eerste Wereldoorlog werd de elektrificatie voortgezet met de lijn naar den Haag. Er kwam een nieuw trace door Leiden. Een grote doorbraak leverde een nieuwe straat op: de Korevaarstraat. Over de Singel werd de Jan van Houtbrug gebouwd. Vandaar werd dwars door de weilanden een trambaan naar Voorschoten aangelegd, de tegenwoordige Lammenschansweg. Hiermee werd in belangrijke mate de structuur van onze wijk bepaald. In 1924 werd de lijn geopend. Het rollend materieel dat in Budapest was gebouwd had veel weg van een trein. In 1924 dook ook een concurrent op, de Haagse Tramweg Maatschappij, die van den Haag via Wassenaar en het station, naar de Haarlemmerstraat ging rijden.

Blauw en geel
De HTM verfde zijn trams geel. De NZH liet de trams nu blauw verven. In 1932 werd ook de lijn naar Haarlem onder de draad gebracht.
In 1944 kwamen de trams met de spoorwegstaking tot stilstand. De oorlogsschade aan het tramnet in en rond Leiden bleek beperkt. Al in juli 1945 kwamen de eerste trams weer op straat. Drie bruggen waren vernield maar konden relatief snel worden hersteld. Toch pakten boven het Leidse net donkere wolken samen. Bij de Nederlandse Spoorwegen, eigenaar van de NZH vond men de trams een prehistorisch verschijnsel. De NZH werd van tramweg in vervoermaatschappij omgedoopt. In 1949 werd de lijn naar Haarlem opgeheven.
Op 7 oktober 1960 verdwenen de stadstram en de trams naar de kust. Op 9 november 1961 was het definitief met de trams in Leiden gedaan. Vier dagen later trok een processie van trams door de stad. Het NZH materieel ging naar de Korte Vliet om gecremeerd te worden.
Tramliefhebbers zijn er desondanks in geslaagd 2 Leidse motorwagens en 2 bijwagens veilig te stellen.

Welkom op de .Net-website