Hugo van Oerle
Medearchitect van de woningen in onze ‘Kropholler driehoek’
door Alfred Dernison
Een monumentaal onderdeel van onze wijk is de driehoek tussen
Lammenschansweg, Zeemanlaan en Lorentzkade. De Sint Petruskerk
en de aangrenzende woningen vormen architectonisch een geheel.
Ze werden in 1936 ontworpen door de architecten Kropholler en Van
Oerle.
Hugo van Oerle, geboren in 1905, was
de zoon van een architect en de kleinzoon
van een aannemer. Hij studeerde in
1930 af in Delft in de bouwkunde. Zijn
leermeester was prof. ir. Granpré Molière,
de inspirator van wat later de Delftse
school is genoemd. Deze stroming vormt
het tegendeel van de gedachten van de
CIAM en het functionalistisch bouwen.
Op basis van de rooms-katholieke thomistische
wijsbegeerte ontwikkelde hij
een denksysteem voor de bouwkunde.
De belangstelling was daarbij niet meer
gericht op de gotiek zoals bij de roomse
kerkbouw in de negentiende eeuw het
geval was, maar op de romaanse stijl.
In de praktijk kwam dit dikwijls neer op
baksteen, dikke muren en schuine daken.
Delft
In Delft had Van Oerle Kropholler leren
kennen. Hij ging met hem samenwerken
bij de bouw van de abdij van Affl igem in
België. De samenwerking werd voortgezet
bij de vormgeving van de Sint
Petruskerk en omgeving waarbij Kropholler
vooral aandacht besteedde aan het
kerkgebouw.
De naderende oorlogsjaren brachten Van
Oerle in het leger. In de mobilisatie werd
hij als genieofficier verantwoordelijk
voor vernielingsplannen om de vijand in
Noord-Brabant tegen te houden. Na de
oorlog maakte hij, weer als genieofficier,
deel uit van de 7 December Divisie. In
het voormalig Nederlands-Indië ontwierp
hij de centrale erebegraafplaats Menteng
Poeloe.
Stempel op Leiden
Hugo van Oerle heeft als architect
duidelijk zijn stempel op onze stad gedrukt.
Hij restaureerde het Gravensteen
en verbouwde het voor de juridische
faculteit van de universiteit. Het vervallen
Elisabethgasthuis werd een stijlvol
verzorgingscentrum. De Lodewijkskerk,
die in feite een bescheiden kapel was,
werd uitgebreid tot parochiekerk. Aan
de noordzijde werd een zijkapel bijgebouwd.
Om een duidelijk onderscheid te
maken met het historisch gebouw koos
hij hierbij voor een duidelijk moderne
vormgeving.
Als nieuwbouw van zijn hand kunnen
genoemd worden: het Agneslyceum,
de verzorgingshuizen Roomburg en
Wijckersloot en het gebouw van zoölogie
aan de Witte Singel.
Tussen 1953 en 1963 was hij ook sterk
betrokken bij het ontwerp van ziekenhuizen.
In Paramaribo realiseerde hij
samen met zijn compagnon Schrama een
aantal ziekenhuiscomplexen.
Proefschrift
Voor een architect was er in de oorlogsjaren
weinig te doen. Van Oerle is toen
begonnen met een uitgebreide studie
van het Ceaciliagasthuis. Deze studie liep
steeds verder uit en leverde een steeds
duidelijker beeld op van het middeleeuwse
Leiden. In 1975 bracht hij de resultaten
samen in het proefschrift ‘Leiden
binnen en buiten de Singels’.
Methodisch is de dissertatie van belang
voor de reconstructie van dat deel van de
geschiedenis waarvoor geen geschreven
bronnen beschikbaar zijn. Bij de wordingsgeschiedenis
van de stad kan men zich
pas na 1390 verlaten op geschreven
bronnen. Het oudere deel van de geschiedenis
leidde Van Oerle af uit de kennis
van het landschap en de ruimtelijke
ontwikkeling.
In 1994 overleed dr. ir. Hugo van Oerle.
Bronnen:
Leids Jaarboekje 1995
Architectuur van deze eeuw, Amsterdam 1959
|