Mevrouw Van Niekerk
De belevenissen van een gevel
Mevrouw Van Niekerk woont
al 75 jaar in de wijk en was
één van de eerste bewoners
van jubilerende ‘Kropholler
driehoek’. Haar levensverhaal is
ook een beetje het verhaal van
de gevel van haar huis.
Misschien herinneren sommigen onder
u zich nog wel de gevelreclame op
Zeemanlaan 12, voor het bedrijf van
de heer Van Niekerk. Binnen werd
hard gewerkt aan het stoff eren van
meubelen, het naaien van gordijnen en
het verwerken van overige bestellingen.
Mevrouw Van Niekerk woont er nog
steeds, in het allerlaatste huurhuis van
de straat.
Ze kwam in 1936 als veertienjarige
samen met haar moeder naar de Zeemanlaan,
als één van de eerste bewoners van
de zogenaamde ‘Kropholler driehoek’. Er
trokken toen veel jonge gezinnen naar de
wijk en kinderen van haar leeftijd waren
er helaas niet. Ze herinnert zich nog de
eerste steenlegging van de Petruskerk
en de bisschop die erbij was. Onlangs is
er een buurtfeest geweest om te vieren
dat dit nu 75 jaar geleden is. De Kropholler
driehoek valt op door de bijzondere
details in de gevels, en de speciale roodbruine
baksteen.
De opzet suggereert een gemeenschap
rondom de kerk. “Dat was ook wel zo,”
zegt mevrouw Van Niekerk, “al waren de
huizen niet van de kerk en was ook niet
iedereen kerkelijk. Maar de kerk speelde
bij veel bewoners wel een rol van betekenis.
De wijk werd bediend door een pastoor
en drie kapelaans, kun je nagaan. De
klok luidt tegenwoordig alleen nog maar
op zondagochtend en dan pas om kwart
over negen. Dus dat valt reuze mee. Het
irriteert me al lang niet meer. Bovendien
ben ik vrij doof, en dat is in dit geval een
voordeel. Maar logés klagen er nog wel
eens over.”
Kleedje uitkloppen
“In 1948 is mijn man bij ons ‘ingetrouwd’.
Wij hebben hier nog zeven jaar met z’n
drieën gewoond, tot mijn moeder na een
zwaar ziekbed overleed.” Je kunt je er
nu weinig bij voorstellen. Hoe deden ze
dat? Had het jonge paar geen behoefte
aan privacy? “Ach, dat was toen heel
gewoon,” zegt mevrouw Van Niekerk,
“ik was lang niet de enige. Mijn moeder
had een eigen kamer waar ze zich in
terugtrok en we aten samen. Mijn man
heeft haar in het laatste jaar verzorgd.”
Wat dat betreft is de samenleving wel
achteruitgegaan, vindt ze. Mensen kijken
tegenwoordig minder vanzelfsprekend
naar elkaar om. Ook had je in de buurt
vroeger vanzelf wat meer contact met elkaar.
“Ik ben niet het type dat iedere dag
bij de buren op de koffie gaat, maar als je
bijvoorbeeld een kleedje ging uitkloppen
was er altijd wel een buur die vanaf het
balkon een praatje maakte.”
Dit deel van de Zeemanlaan bestaat
uit boven- en benedenwoningen. De
meeste mensen wonen er niet lang. Als
er gezinsuitbreiding komt, dan verhuizen
ze naar een groter huis, vaak elders in
de wijk. Mevrouw Van Niekerk kreeg tot
haar spijt geen kinderen en zag iedereen
vertrekken. Wel hadden zij en haar
man een buitenhuisje nabij de Wijde Aa.
Geweldig vond ze dat. Er was een grote
groentetuin en het huisje was alleen per
boot bereikbaar. Als je op een avond
een paar uurtjes over had kon je er zo
naartoe.
Het hele wonen in deze wijk vindt ze
zo prettig. De sfeer. Bovendien is haar
woning gelijkvloers en dat komt goed uit
als je oud bent. Er is natuurlijk wel veel
veranderd. “Vroeger werden de boodschappen
aan huis bezorgd. Op zaterdag
kwam de melkboer zelfs twee keer. Het
eigen bedrijf liep gelukkig goed. Het
kwam wel eens voor dat mensen op de
pof bestelden en dat je wekelijks langs
moest om een rijksdaalder op te halen.
En dat bij mensen van wie je het het
minste verwachtte: bewoners van een
villa op een duintop in Noordwijk. Maar
de meeste mensen betaalden keurig de
rekening.”
Hongertocht
En dan is er natuurlijk de oorlog.
Mevrouw Van Niekerk was een twintiger
in die tijd. Ze kreeg van de buurman, die
hoofdredacteur van de Leidse Courant
was, een adres van een bakkerij in
Meppel. Daar heeft ze een tussenstop
gemaakt op haar hongertocht naar
Groningen. Een herenfiets had ze,
vergeleken met de houten banden van
anderen een luxe. Hoeveel vroeg de
bakker voor het brood? “Ben je gek! Dat
hoefden we niet te betalen. Nee, zeg.
Dat kreeg je. Mijn moeder heeft ook
wel eens een stumper van de straat
geplukt en hier in de gang een boterham
gegeven. Zoiets deed je gewoon. We
kwamen op onze tocht ook bij kennissen
die net zaten te eten. ‘Eet dit,’ zeiden
ze, ‘wij eten later wel.’” Buikje rond
en zwaar beladen met havermout en
worst aanvaardde ze de terugtocht.
Bij de IJsselbrug gingen de worsten in
de pofbroek. Handige mode in die tijd.
“Ja, je kon in die tijd geen contact met
elkaar houden hè, je had geen idee waar
iemand uithing. Je had het gezicht van
mijn moeder moeten zien toen ik weer
in de gang stond. Zo blij. Ik zie het nog
steeds voor me.”
Vermomd als gevangenis
Direct na de bevrijding kreeg de gevel
van Zeemanlaan 12 nog een opmerkelijke
rol. Samen met het buurpand werd
hij vermomd als de gevangenis van
Scheveningen, compleet met een ‘Duitse’
soldaat in de voortuin. De wedstrijdjury
van de bevrijdingsfeesten beloonde het
met de eerste prijs. Mevrouw Van Niekerk
weet niet meer wiens idee het was, maar
creativiteit was er in huis genoeg. Meneer
was een bevlogen amateurschilder en
enthousiast lid van ‘Ars’. De muren van
de huiskamer hangen nog vol met zijn
stillevens in olieverf, terwijl er zich elders
in huis nog vele aquarellen en andere
werken van hem moeten bevinden. Mede
door haar geliefde bridgeavondjes heeft
mevrouw van Niekerk een prettige oude
dag.
Wilt u meedoen aan de rubriek Buurtherinneringen?
Stuur dan een mail naar
buurtherinneringen@gesineke.nl, of een
briefje naar de redactie van de wijkkrant.
|  |