Onze wijk en de Romeinen
door Alfred Dernison
Corbulo groef een kanaal van Roomburg via Leidschendam naar Naaldwijk
Kort voor het begin van onze jaartelling verschenen de Romeinen
in onze streken. Nadat een poging heel Noordwest-Europa te
veroveren mislukt was, werd in onze omgeving de Rijksgrens
getrokken. Aan de noordkant van wat nu onze wijk is, kwam een
heerweg. Tussen Rijn en Maas werd een kanaal gegraven met
een grote haven. In het jaar 69 werd op Roomburg een groot fort
gebouwd.
Veel inheemse boeren vestigden zich
in de omgeving, want er viel goed aan
de Romeinen te verdienen. Maar aan
het eind van de tweede eeuw trad een
kentering op. Het klimaat werd slechter.
Het ooit machtige Romeinse Rijk werd
van alle kanten aangevallen en riep zijn
legers terug. Uiteindelijk liepen noordelijke
stammen op zoek naar nieuwe
woonplaatsen in het zuiden onze streken
omver. Onze omgeving bleef bijna onbewoond
achter.
Het landschap
Onze wijk ligt op de zuidelijke oever van
de Oude Rijn. Ten noorden van Katwijk
mondt deze rivier uit in de Noordzee.
Het landschap rond de Rijnmonding zag
er in prehistorische en Romeinse tijden
heel anders uit dan nu. De rivier en de
zee speelden een belangrijke rol bij de
vorming van het landschap. Langs de
kust lag een rij zandruggen, parallel
achter elkaar, de zogeheten strandwallen.
Die ontstonden al zo rond 3000 voor
Christus. Op die standwallen lag het
golvende landschap van de oude duinen.
De duinen van nu zijn veel hoger, maar
die bestonden nog niet, die zijn pas in de
Middeleeuwen ontstaan.
Achter de strandwallen was landinwaarts
een gebied van drassige moerasbossen.
De Rijn overspoelde een breed gebied,
waarbij telkens nieuwe kreken werden
gevormd en oude beddingen verzandden.
Rivierkommen verveenden en het
veen werd tijdens overstromingen weer
bedekt met een laag klei.
Een boerenbevolking
Zo’n twee eeuwen voor het begin van
onze jaartelling, de late ijzertijd, werden
de stormvloeden minder en kwamen er
meer mogelijkheden om in de omgeving
van de Rijn te gaan wonen. De meeste
woonplaatsen ontstonden langs de
oevers van de zijrivieren. Waarschijnlijk
waren er nog te veel overstromingen
zodat men liever de oeverwallen van
zijrivieren opzocht.
Woonplaatsen uit deze tijd zijn gevonden
in de Stevenhofjes-, de Cronesteyn-, en
Oostvlietpolder. Aan de noordkant van
de Rijn zijn sporen van ijzertijdbewoning
gevonden in de Munniken- en Achthovenerpolder
in Leiderdorp.
De bewoning bestond uit een of twee
boerderijerven. De boerderijen waren
drieschepige hallenhuizen met een lengte
van 10 tot wel 30 meter. Een type dat
nog sterk doet denken aan de boerderijen
die we hier vandaag nog in de
omgeving aantreffen. In het voorhuis was
het woongedeelte. De stal werd in drieën
verdeeld; in het midden een voergang en
langs de zijwanden boxen voor het vee.
Het landschap begon men al gauw te
ontginnen. Op de kreekruggen en oeverwallen
werd gerst of tarwe verbouwd. Op
de overgang naar de kommen lagen de
weiden en het moerasland verschafte riet
en wilgentenen.
De komst van de Romeinen
In 57 drongen de troepen van Caesar
door tot het huidige zuiden van Nederland.
De Romeinen bleven hier nog niet
definitief. Wel begonnen ze met een
migratiepolitiek. Bevriende Germaanse
stammen mochten zich in het rivierengebied
vestigen. De Bataven gingen vanuit
het zuiden van Duitsland naar de Betuwe,
en de Kaninefaten streken neer aan de
Rijnmonding.
Kort voor het begin van onze jaartelling
maakte Keizer Augustus een begin met
de inlijving van Germanië. De Romeinen
gedroegen zich daarbij als echte veroveraars.
Vooral het optreden van de
legeraanvoerder Varus wekte veel
weerstand. In het jaar 6 werd zijn leger
in het Teutoburgerwoud (bij Osnabrück)
in een hinderlaag gelokt en volledig in de
pan gehakt.
In 47 wilde Corbulo het noorden van
Duitsland heroveren. Keizer Claudius
riep hem echter terug. Deze wilde de
aandacht op Engeland richten en de
Rijnmond ontwikkelen als uitvalsbasis.
Als belangrijke stap hiervoor werd een
verbinding tussen Rijn en Maas tot stand
gebracht. Gebruikmakend van een oude
wetering liet Corbulo een kanaal graven
van Roomburg via Leidschendam naar
Naaldwijk.
In Valkenburg en Alphen werden forten
gebouwd. Aan de Rijnmond was het
echter nog lang niet rustig. In 69 was
er een opstand onder leiding van Julius
Civilis. De opstand verzandde. Maar
de Romeinen besloten de Rijn die nu
Rijksgrens werd te versterken. Bij de
samenvloeiing van Rijn en de Gracht van
Corbulo verrees het Fort Matilo.
Romeins Rijnland
Rond 200 was de bloeiperiode van
het Romeinse Rijk in onze omgeving.
De Rijn werd bewaakt door een reeks
forten: Katwijk, Valkenburg, Roomburg,
Alphen, Zwammerdam, Woerden,
Vleuten, Utrecht en Vechten. Aan de
tegenwoordige Besjeslaan op Roomburg
lag het fort Matilo, met een afmeting
van bijna anderhalve hectare. Het fort
werd bewoond door ca. 500 inheemse
infanteristen onder bevel van Romeinse
officieren. Bij Matilo lag een vicus, een
Romeins dorp dat ongeveer zes maal zo
groot was als het fort zelf. Er woonden
familieleden van de officieren, maar ook
allerlei burgers die een inkomen dankzij
het leger hadden. Er waren timmerlui,
metaalbewerkers, leerbewerkers, maar
ook kwekers van groente en fruit.
Naast het fort lag de Corbulogracht,
hier 60 meter breed en vijf meter diep.
In de gracht waren aanlegsteigers voor
schepen gebouwd. In 1912 is het wrak
van zo’n schip gevonden. De gracht, die
grotendeels samenviel met het huidige
Rijn- en Schiekanaal vormde de zuidoostelijke
begrenzing van wat nu onze
wijk is. Net in onze wijk liep een jaagpad.
Bij de Hoge Rijndijk lag de heerweg die
de verbinding met Valkenburg vormde.
Langs die weg hadden de Romeinen
waarschijnlijk verschillende wachtposten
gebouwd.
Met de komst van de Romeinen was
ook de inheemse bevolking sterk
gegroeid. Langs de boorden en kreken
van zijrivieren, maar ook langs de
oeverwallen van de Rijn verschenen
nieuwe boerderijen. Boerenbedrijven die
vooral op veeteelt gericht waren. Resten
zijn gevonden aan de Koenesteeg en
achter de Wassenaarseweg. Ook in onze
directe omgeving hebben waarschijnlijk
boerderijen gestaan. Daar is helaas nog
niets van teruggevonden omdat alles al
heel lang overbouwd is.
Verval
Aan het einde van de tweede eeuw komt
een verandering op gang. Het klimaat
begint te verslechteren. Veel oeverwallen
overstromen en worden voor het
agrarisch bedrijf onbruikbaar. Mensen
trekken weg.
Het kolossale Romeinse Rijk werd van
verschillende kanten aangevallen. Het
werd onbetaalbaar om het leger alles te
laten verdedigen. Legereenheden werden
teruggeroepen en voor veel burgers was
er zo ook niet veel meer te verdienen.
De Romeinse invloed aan de Rijnmond
verzwakte en vanaf 253 hielden de
Germanen roof- en plundertochten in
het Romeins gebied. Op oudejaarsdag
405 trokken de Germanen over de Rijn
en namen het Romeins gebied in bezit.
Onze streek zou een paar eeuwen bijna
onbewoond blijven.
Literatuur, o.a.:
• C.R.Brandenburgh,
• W.A.M.Hessing: Matilo, Rodenburg,
Roomburg; Leiden 2005
• Leidse Jaarboekjes, 2001- 2009
Afbeeldingen:
• Een boerderij uit de ijzertijd
• Een wachtpost langs de Limes
|