Skip Navigation Links
Home
WijkwebExpand Wijkweb
VerenigingExpand Vereniging
KrantExpand Krant
DossierExpand Dossier
WijkExpand Wijk
LinksExpand Links
WijkwijzerExpand Wijkwijzer
ArchiefExpand Archief

Dodenherdenking 2010

David en Charlotte Landheer legden namens de wijkvereniging een krans ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de tweede wereldoorlog. Op 4 mei, ’s avonds om 19:00 uur kwamen een 40-tal wijkbewoners bij elkaar voor een korte herdenkingsplechtigheid. Onder de bevrijdingsboom bij de kruising Zeemanlaan Lammenschansweg hield Hanneke van der Veen hierbij de volgende overweging:

Beste wijkgenoten,

Namens de wijkvereniging, heet ik u van harte welkom.
Wat fijn dat u allemaal hier naartoe bent gekomen om te herdenken. Om te herdenken wat er in de oorlogsjaren 1940-45 ook hier in onze wijk heeft plaatsgevonden en om te beseffen hoe kostbaar het is dat wij onze vrijheid kunnen vieren bij deze bevrijdingsboom.
Vorig jaar stond mevrouw Jos van der Voort, dochter van de oude drogist van Harteveld op deze plek waar haar vader in 1946 samen met de wijkbewoners deze bevrijdingsboom plantte. Nu, 65 jaar na de bevrijding staan wij hier weer of misschien beter: nog steeds met elkaar.


Net zoals heel veel anderen hier, ken ik de oorlogsjaren alleen van overleveringsverhalen. De spannende avonturen van de verzetsmensen, de verschrikkingen en vernederingen die de Joden moesten ondergaan en de honger. Die honger had iedereen meegemaakt. Wie van u herkent niet een uitspraak in de trant van: “Gooi je dat eten weg? Je moest eens weten hoeveel we daar in de oorlog voor over hadden! “
Wat kan ik zeggen, wat mag ik zeggen of wat heb ik te zeggen?
Ik wist het niet goed en daarom ben ik in gesprek gegaan met een wijkbewoonster die de tweede wereldoorlog hier, in de wijk als jonge vrouw heeft meegemaakt. Ik wil een aantal facetten van dit gesprek vanavond met u delen.

We reden voor deze gelegenheid naar Katwijk. Daar, in de prille voorjaarszon dronken we samen koffie, met uitzicht op het strand en de golven van de zee. Om stil te staan bij de vraag waarom we willen herdenken. Wat beleven we eraan, wat is de zin van herdenken…, na 65 jaar? Enerzijds de traditie van het ritueel, maar ook en waarschijnlijk vooral omdat onze voorgeschiedenis, de verhalen van onze ouders, onze grootouders, overgrootouders, ons hele voorgeslacht onlosmakelijk met onszelf zijn verbonden en ons hebben gevormd tot wie wij zijn. Hoe stevig zijn de wortels als je weet waar ze ontstaan zijn, als je weet wat en waar alles heeft plaatsgevonden toen je er zelf nog niet was? Een diep gevoel van zekerheid kun je daaraan ontlenen.

“De wereld was klein, in de vooroorlogse jaren” vertelde mijn gesprekspartner en ze ging verder: ” Bij Engeland hield het zo’n beetje op. Als individu wist je waar je aan toe was want je leefwereld was vanzelfsprekend. Je wist wat goed was en wat kwaad was en verder dacht je niet zo kritisch na. Het leven voltrok zich als vanzelfsprekend en je merkte wel wat het je zou brengen. En toen gebeurde het: eerst de schok van de recessie en daarna de verhalen van de joodse-Duitsers met wie mijn vader uit hoofde van zijn werk contact had. Zij vertelden over de steeds verdergaande onderdrukking en vervolging waarmee zij werden geconfronteerd. De oorlog brak uit. Het bracht ons in complete verwarring en verbijstering. De wereld bestond opeens uit een tweedeling: aan de ene kant de Duitsers en de NSB-ers en aan de andere kant de andere mensen. We begrepen niet hoe dit zo plotseling kon gebeuren.”

“Tja” zei ze peinzend: “voor iedereen die de oorlog bewust heeft meegemaakt blijven die jaren als een mijlpaal in hun leven gemarkeerd of is het zelfs de rode draad van hun leven geworden” Ik vroeg wat de oorlog in haar leven veranderd had en ze antwoordde: “Het besef hoe groot de wereld is, dat we zoveel medemensen elders op deze wereld hebben en dat er zoveel overeenkomsten tussen ons bestaan. Het is bijvoorbeeld wonderbaarlijk hoe snel het Duitse volk zich wist te herstellen zodat er in hun land een echte democratie kon ontstaan.” Ze vertelt hoe er in haar eigen leven een soort innerlijke zekerheid is gegroeid: “Noem het mijn eigen waarheid. Het ontstaat vanzelf, door mij open te stellen; om de mens en zijn drijfveren te ontdekken door de façade heen.”

Het was een goed gesprek dat we samen hadden. Verhalen uit de oorlog fascineren mij. “Verhalen zijn alles wat we hebben tegen ziekte en dood. Als er geen verhalen zijn is er niets” zegt de Indiaanse schrijfster Leslie Silko over de verhalen van haar volk. Over de machthebbers, die hun land in bezit hebben genomen zegt ze: “Hun kwaad is machtig maar niet opgewassen tegen onze verhalen. En dus proberen ze de verhalen te vernietigen. Want dan zouden we weerloos zijn.”
Een volk dat ten onder dreigt te gaan doordat het land wordt afgepakt en de cultuur vertrapt, probeert moed en kracht te putten uit de oude verhalen. Zo ging dat ook met het joodse volk. In tijden van onderdrukking en vervolging bleven de Joden weerbaar door hun Tora met de oude verhalen zoals die van Poerim en Pesach. Het feestvieren dat daarbij hoort is het samen gedenken van het ingrijpende gebeuren in het verleden met het oog op de toekomst.

Ik wil mijn woorden bij deze herdenking graag afsluiten met een verhaal. Het is een verhaal van Max Bolliger voor jong en oud en het draagt de titel: “De Kinderbrug”.



Er woonden twee boeren
bij een rivier,
de ene op de rechter-
en de ander op de linkeroever.

In het water
zwommen eenden en zwanen
die blij waren
dat de zon ’s morgens op-
en ’s avonds onderging.

Die eenden en zwanen
zaten ’s morgens op de linker oever
en ’s avonds op de rechteroever
lekker in de zon.

Maar de boeren
waren jaloers op elkaar
. De ene zou liever op de rechter-
en de andere
op de linkeroever willen wonen.

Als ze ’s morgens aan het ploegen waren
stond de ene te schelden
omdat het veld van zijn buurman in de zon
en zijn eigen veld in de schaduw lag.

En als ze ’s avonds hout hakten
stond de andere te schelden
omdat de zon wel op het huis
van zijn buurman
maar niet op het zijne scheen.

Ook de boerenvrouwen
waren heel ontevreden.
De ene ’s morgens
en de andere ’s avonds.

Op een morgen
toen de boerenvrouwen de was aan het ophangen waren,
riep die van de rechteroever
een lelijk woord naar die
aan de andere kant.
En toen ze ’s avonds
de was weer van de lijn haalden,
riep die van de linkeroever
iets lelijks terug.

Dat namen hun mannen niet.
Die verzamelden grote stenen
en probeerden elkaar daarmee te raken,
maar de rivier was zo breed
dat de stenen hun doel misten
en in het water plonsden.

De enige tijd dat het rustig en vredig was
was midden op de dag.
De koeien, de paarden, de geiten en de schapen
trokken zich in de schaduw terug,
en de boeren met hun vrouwen
deden een dutje onder een appelboom;
De een op de linker-
en de ander op de rechteroever.

De kinderen van de boeren
zaten zich aan de waterkant te vervelen.
De een keek naar de linker-
de ander naar de rechteroever.

Ik wou dat ik een eend was,
dacht de een.
Ik wou dat ik een zwaan was,
dacht de ander.

Op een mooie dag
toen de kinderen weer eens bij de rivier kwamen,
was het water gezakt
en er waren zoveel stenen te voorschijn gekomen,
dat de kinderen van de ene op de andere konden springen.

Ze waren allebei tegelijk middenin de rivier.
Ze keken een hele tijd naar elkaar
blij, omdat ze kinderen waren,
de één een meisje,
de ander een jongentje.

Ze gingen op een grote steen zitten
en keken naar de eenden en de zwanen.
Toen gingen ze elkaar verhaaltjes vertellen,
verhaaltjes over de linker-
en over de rechteroever.

Het meisje en de jongen
vonden elkaar zo aardig,
dat ze elke middag
van de ene steen op de andere sprongen
en samen in het midden van de rivier gingen zitten.

De ouders vroegen zich af
hoe het kwam
dat hun kinderen dingen wisten
die ze zelf nog nooit gehoord hadden.

Maar op een dag
toen het heel lang geregend had,
hielden de kinderen op met vertellen
en ze waren ook niet vrolijk meer.

Het water in de rivier
was weer gestegen
en de Kinderbrug was verdwenen.

Toen kwamen de ouders eindelijk
achter het geheim van hun kinderen.
ze begonnen erover na te denken.

En toen ze lang genoeg gedacht hadden
besloten ze,
samen met de kinderen,
van de overgebleven stenen
een Brug te bouwen.

Een brug, zo prachtig rond
als de boog die de zon aan de hemel beschrijft.

Welkom op de .Net  website van de profburgwijk