Vleermuizen in de wijk
De vleermuis... een blikvanger?
Veel wijkbewoners zullen waarschijnlijk
niet eens op de hoogte
zijn van de aanwezigheid van
dit buitengewoon fascinerende
beestje in onze wijk. Toch is de
vleermuis in behoorlijke aantallen
aanwezig. Het viel mij enkele
jaren terug al op bij het uitlaten
van de hond langs de Stadsmolensloot.
Maar dit jaar leken het
er meer. Vooral toen eind oktober/
begin november de schemering
al vroeg in begon te vallen
en deze zoogdiertjes hun uiterste
best deden om goed voorbereid
de winterslaap in te kunnen
gaan. Omdat ik geen bioloog
of zoöloog ben, heb ik op internet
geprobeerd wat informatie
te vinden, maar het aanbod is
zo groot dat ik al snel door de
bomen het bos niet meer zag. De
Vleermuiswerkgroep Nederland
(VLEN) en hun website www.
vleermuis.net hebben mij een
beetje op weg kunnen helpen.
De betreffende soort zou de Gewone
Dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
kunnen zijn, daar dit diertje het meest
aangepast is aan het verblijf in een stedelijke
omgeving. Deze ‘gladneus’ heeft een
spanwijdte van 18-24 cm, weegt zo’n 3,5
tot 8,5 gram en kan de respectabele leeftijd
van 16 jaar bereiken. Veel Indianenverhalen
over vleermuizen maken deze
beestjes niet erg populair bij de bevolking;
ze zouden ziekten bij zich dragen,
in je haren vliegen, je bloed drinken...
allemaal onzin. Een teek of een kat kan
ook ziekten overbrengen, dat ligt niet
aan het dier, deze fungeert alleen maar
als gastheer voor de ziekteverwekker.
Een vleermuis beschikt over een uiterst
geavanceerd echolocatiesysteem (freq.
45 tot 50 kHz) en zal om die reden alles
(en zeker de mens) ontwijken. Het voedsel
van het grootste deel van de vleermuissoorten
bestaat uit insecten zoals
motjes, muggen en vliegen. Zeer nuttig
beestje dus als je beseft dat dit kleine
zoogdiertje zo’n 300 insecten per nacht
wegvangt.
Beschermd
Vleermuizen zijn een beschermde
diersoort en verdienen het respect van
de mens. Het is overigens helemaal niet
zo vreemd dat deze beestjes zich in de
stad ophouden. Bovengenoemde soort
is samen met de Laatvlieger (Eptesicus
serotinus) en de Watervleermuis (Myotis
daubentonii) een veelgeziene gast in de
bebouwde omgeving. De meeste soorten
zijn nu in
winterslaap.
Zij houden
zich op in
holle bomen,
ondergrondse
ruimten,
spouwmuren
en onder
daken, daar
waar het rustig
en niet al te
koud is. Hun
stofwisseling
(metabolisme)
staat op een
zeer laag pitje
waardoor zij
lange tijd met het in het najaar gevangen
voedsel (vetreserve) kunnen overleven.
In maart/april komt er dan weer leven in
de brouwerij.
|
|