Skip Navigation Links
Home
WijkwebExpand Wijkweb
VerenigingExpand Vereniging
KrantExpand Krant
DossierExpand Dossier
WijkExpand Wijk
SpeelschansExpand Speelschans
LinksExpand Links
WijkwijzerExpand Wijkwijzer
ArchiefExpand Archief

Het muzikale gezin van de Melchior Treublaan


Groentekar van Maarten 't Zelfde met kinderen Ruigrok 1960

Mevrouw Ruigrok (91) en haar oudste dochter Lida (61) wonen sinds 1951 op de Melchior Treublaan. Zij kijken terug op de periode waarin vader, moeder en acht kinderen in de huiskamer een waar orkest vormden. Buren stonden vaak voor het raam te luisteren en mee te zingen.

Mevrouw Ruigrok bracht haar jeugd door aan het Rapenburg en later in de Hugo de Grootstraat. Het ouderlijk gezin telde vier kinderen en mevrouw Ruigrok was van jongs af aan geïnspireerd door haar vader (kleermaker van beroep) die viool speelde en een prachtige stem had. Zij begeleidde hem altijd op de piano. Dat instrument bespeelde ze ook in het operettegezelschap Crescendo. Die muzikale achtergrond kwam haar van pas tijdens de kweekschoolopleiding in een internaat in Amsterdam. Ze haalde daar ook een extra Handvaardigheidakte.
Ze koos bewust voor het Bijzonder Lager Onderwijs. In 1938 ging ze – 19 jaar oud – werken bij de Liduinaschool aan de Zoeterwoudesesingel. “Daar konden ze mijn muziek en creativiteit extra goed gebruiken.” Ze leerde daar haar toekomstige man kennen die ook onderwijzer was en net als zij dol op muziek. Ze organiseerden muziekavonden en kinderoperettes op school. In de oorlog nam zij zijn klas waar toen hij ondergedoken zat om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Tien jaar lang waren ze collega’s maar langzaam groeide er meer. In 1947 trouwden ze. “Zoals dat toen ging, werd je op de dag dat je trouwde ontslagen. Maar ik bleef tot de komst van mijn eerste kind wel helpen op school.” In 1948 werd oudste dochter Lida geboren. In die eerste jaren woonde het jonge gezin in bij haar ouders in de Hugo de Grootstraat.


Voor het huis 1951

Altijd buiten spelen
Pas voor de geboorte van het derde kind in 1950 verhuisden ze naar de Melchior Treublaan. Toen er eenmaal acht kinderen waren werd het krap. De vier jongens sliepen elk in een hoek van de zolder, Lida kreeg als oudste dochter de balkonkamer op de eerste verdieping, de ouders sliepen in de voorkamer en Lida’s drie zusjes in één kamertje op diezelfde verdieping. Lida herinnert zich nog hoe de omgeving er toen uitzag. “De spoordijk lag wat verder van het huis dan nu het geval is. Daarvoor lag een sloot vol met eendjes, kikkers en allerlei kleine spannende beestjes. Er waren veel kinderrijke gezinnen in de buurt en de kinderen zaten graag vlak langs de slootkant. Soms viel er zelfs iemand in.” De begroeiing was ruiger dan tegenwoordig. Voor de sloot stond hoog gras met daartussen lage struiken. “Je kon je er heerlijk verstoppen. Het laatste stuk van de Melchior Treublaan voor de Franchimontlaan lag nog braak en ook daar was het heerlijk schooieren. We waren altijd aan het buitenspelen en vergaten de tijd. We plasten soms in onze broek omdat we zo druk aan het spelen waren.” Begin jaren zestig werd het spoor dichter naar de huizen van de Mechior Treublaan verplaatst, verdween de sloot en was er lange tijd een kaal veld. Lida vermaakte zich zo goed met spelen dat ze niet eens naar de kleuterschool ging. Zij en de vijf op haar volgende kinderen gingen het eerste, vierde en vijfde jaar van de lagere school naar de Heilig Hartschool aan het Levendaal en het tweede en zesde haar naar de Petrusschool aan de Lorentzkade. De twee jongste kinderen gingen naar de Don Boscoschool aan de Fanchimontlaan, een Finse school.

Mevrouw Ruigrok werkte niet meer buitenshuis vanaf Lida’s geboorte. Ze leefde haar voorliefde voor muziek en handvaardigheid uit in het eigen gezin. Het grote kindertal had niet te maken met hun Katholieke achtergrond. “Ik vond kinderen gewoon heel leuk, zegt mevrouw Ruigrok, “Mijn man zei: ‘Zo heb ik steeds meer spelers in ons huisorkest’.” Haar man speelde cello en mevrouw Ruigrok begeleidde hem op de piano, Lida speelde viool. Alle kinderen hadden een instrument. De jongste dochter trommelde mee en ontwikkelde daardoor veel ritme gevoel. “Mijn ouders speelden van alles. Vader was vooral klassiek gericht, maar moeder speelde even graag liedjes van de Beatles op de piano. Buren stonden vaak voor het raam te kijken, te luisteren en mee te zingen.”


Musicerend gezin 1958

Deuren stonden altijd open
Volgens Lida waren de contacten met buren vanzelfsprekend. Men zat niet bij elkaar op bezoek, maar liep gemakkelijk even binnen. “Ik herinner me dat mijn moeder voor mij een leuk rokje van crêpe had gemaakt voor Koninginnedag. De buurvrouw had me er buiten in gezien. Ze liep ons huis binnen en ging gelijk naar boven naar mijn moeder om te vragen of ze de kunst mocht afkijken voor haar dochters. Deuren stonden altijd open. Leveranciers zetten hun spullen ook gewoon voor de deur als er niemand thuis was.”
“Er kwamen kleurrijke leveranciers langs zoals een mandenmaker met een stapel manden aan een tuig op zijn rug. Die spuugde zijn pruim uit op de stoep voor je neus. En er was een handelaar in aardappelschillen met een hondenkar. Groenteman Maarten van ’t Zelfde kwam met paard en wagen waarop stond: ‘Het fijnste dat Hollands tuin U biedt, is wat u op deze wagen ziet’. Mijn zus Margriet mocht altijd mee om het paard naar de wei te brengen.”
In de loop van de jaren zestig kwamen er veel nieuwe bewoners. Het onbekommerde vertrouwen verdween. “Deuren gingen dicht en mensen gingen meer op hun spullen letten.”

40 jaar vrouwenkoor
Eind jaren zestig was mevrouw Ruigrok uit de kleine kinderen en wilde lid worden van het net opgerichte vrouwenkoor van de Petruskerk. Daar had men liever jonge aanwas. “Alweer een ouwe knar”, zei de toenmalige dirigent tegen meneer Van Harteveld de drogist. Die was lid van het al jaren bestaande herenkoor en stond er naast om de ledenwerving te begeleiden. Deelname aan het vrouwenkoor was ook tegen de zin van haar man die zijn vrouw graag thuis had om samen muziek te maken. “Ik ga gewoon”, zei mevrouw Ruigrok vastbesloten. In 2008 ontving ze uit handen van de pastoor een insigne voor 40 jaar lidmaatschap van het vrouwenkoor.
Meneer Ruigrok was naast de muziek in opeenvolgende periodes druk bezig met schilderen en fotograferen. In de periode voor zijn pensioen ging hij zelf violen bouwen tot hij verlamd raakte als gevolg van een herseninfarct in 1975. Ook toen bleef hij graag naar muziek luisteren, herinnert Lida zich. “Hij was altijd blij dat hij goed verzorgd werd door mijn moeder en mij en hij zei tegen mijn moeder vlak voor zijn dood in 1985: ‘Als jij ook bovenkomt, spelen we gewoon verder’.” De acht kinderen hebben de liefde voor muziek als erfenis meegekregen. Lida doet veel met muziek in haar werk op de St. Josephschool en alle anderen spelen nog steeds een instrument.

Welkom op de .Net-website