Koninginnedag:‘een steengoeie dag!’
door Rinke Berkenbosch
Kort na de oorlog sloegen Burgemeesterwijkers de handen ineen om jaarlijks
een Koninginnedagfeest te organiseren. Maar die organisatoren van het eerste
uur werden ouder en ouder, de buurt vergrijsde, aan een traditie kwam een eind.
Totdat diezelfde traditie in 2001 nieuw leven kreeg ingeblazen. En nu hebben we
al weer enkele jaren een spetterend feest op het Oranjeplein. Maar hoe beleven
de omwonenden 30 april?
Edgar Groenen, hoogleraar natuurkunde
en wonend in De Meij van Streefkerkstraat,
heeft zelf geen kinderen. Maar een
feest voor kinderen in de leeftijdgroep
van zes tot twaalf is zeer wel aan hem
besteed. Samen met zijn vrouw deed
hij hartstochtelijk mee om de stands te
bemensen, bijvoorbeeld bij het blikken
gooien. Edgar: “Vanaf dat eerste jaar
[2001, red.] is het feest ons erg goed
bevallen. In dat eerste jaar waren er te
weinig vrijwilligers. Ik herinner me wel
dat ik verschrikkelijk moe was, en ik ben
ook wel eens onderkoeld geraakt, maar
toch: elke keer heb ik na afloop weer een
voldaan gevoel.”
“Er wordt iets georganiseerd en je ziet
dat kinderen daar enorm van genieten.
Ik vind het leuk om in die kinderogen te
kijken. Ze moeten iets doen waarvoor ze
eigenlijk een beetje bang zijn. Ze hebben
een opbeurend woord nodig. En dan zie je
de bevrijding als het gewoon lukt.”
Spetterend
Benno Nieuwenhuizen uit de De Laat de
Kanterstraat ziet jaarlijks de optocht aan
zijn voordeur voorbij trekken. “Het is een
spetterend feest. Wij wonen hier al lang,
mijn vrouw zelfs al zo’n vijftig jaar. Van
vroeger kan ik me nog wel herinneren
dat er een goochelaar op trad, of iets
dergelijks; het huidige feest staat in geen
verhouding tot wat het was in de jaren
zeventig. Nu is het groots, en spectaculair
voor Leidse begrippen.
Als we er zijn - als het feest niet toevallig
in een vakantie valt - dan schuiven we
aan.”
Voor Benno zelf is vooral het gedeelte
’s middags en ’s avonds aantrekkelijk:
“Eten. Borreltje drinken. Gezellig.” De
festiviteiten eerder op de dag zijn vooral
de moeite waard voor kinderen tussen
de zes en de twaalf jaar. Voor de leeftijdgroep
daarboven - de twaalf-plussers -
valt er niet zo gek veel te beleven. “Zo zij
het”, meent Benno Nieuwenhuizen. “Tja,
wat zou je moeten doen voor die kinderen
van 13 tot 18? Waar kun je die een lol
mee doen? Ik kom uit het onderwijs, dus
ik weet waarover ik praat. Volgens mij
zoeken die wat oudere kinderen gewoon
hun eigen plezier. Volgens mij moet je
daar niet iets aparts voor gaan organiseren.
Dat wordt buitengewoon moeilijk.
Laat ze maar gewoon meedoen met de
groten.”
Middelpunt
Karel Vahrmeijer - thans 66 jaar - drijft
de winkel op de hoek van de Cobetstraat
en de De Laat de Kanterstraat, dus pal
aan het “schitterende plein” zoals hij het
zelf kwalificeert. De rol van zijn winkel
op het jaarlijkse feest? “Nou ja, wij zijn
gewoon het middelpunt”, zegt Karel. “De
mensen van de organisatie lopen in en
uit. Ze gaan hier naar de wc, ze komen
hier de afwas doen. Wij leggen ze in de
watten, tot een koud buffet aan toe. Want
let wel: die jongelui van de organisatie
doen enorm hun best; ze zijn nergens te
benauwd voor, ze lopen zich rot, de hele
dag, de dag erna zijn ze ziek van het vele
werk.”
De winkel van Vahrmeijer levert een forse
bijdrage. Niet alleen door de voorzieningen
ter beschikking te stellen, maar ook
doordat de asperges en de aardbeien (“en
dan Hollandse en niet die Spaanse uit de
supermarkt”) tegen inkoopprijs aan de
man worden gebracht. “Als het voorjaar
niet te koud is geweest en als die asperges
er zijn, dan gaan ze de deur uit voor
een scheet en drie knikkers. Geeft niet, ik
heb het er graag voor over – ter promotie
van dit unieke feest. Ik vind het een
steengoede dag. Zou ik voor geen goud
willen missen.
Echt buurtfeest?
Zijn er soms ook kanttekeningen?
Nauwelijks. Maar Edgar Groenen geeft
desgevraagd aan dat hij de Koninginnedagfestiviteiten
wat minder geschikt
vindt als echt buurtfeest. “Het is wel een
heel grote buurt. Je loopt tegen mensen
aan die je zelfs van gezicht niet kent. Op
zichzelf zou een dergelijk feest wel een
verbindend element in een buurt kunnen
zijn, maar door de grote toeloop, ook van
mensen buiten de wijk, wordt dat wat
minder; het wordt wat ‘meer verdund’.
De functie van een echt buurtfeest komt
daardoor ietwat in het gedrang, maar dat
moet dan maar. Ik zeg niet dat het anders
moet. Dat is aan het organisatiecomité.”
Benno Nieuwenhuizen: “Ik vind het best
iets hebben. En dat is zwak uitgedrukt.
Houwen zo! Ik zou niet weten hoe je het
feest zou moeten verfraaien of verbeteren.
Niet uitbreiden, is mijn advies. Het is
al een hele hijs voor de organisatie zoals
die nu is.”
Hosvlonder
Karel Vahrmeijer is eveneens een tevreden
participant. In vergelijking met
vroeger vindt hij dat de hele entourage,
de sfeer, is opgeknapt.”Een echt familiefeest,”
aldus Karel. “Behalve dan die hosvlonder.”
Hosvlonder? “Ja, een vlonder om
op te hossen. Vroeger werd zo’n vlonder
om een uur of drie neergelegd. En daarna
ging de hele wijk aan het dansen, springen,
huppelen en hossen. De buurman
danste met de buurvrouw; de kinderen
zaten daaromheen te spelen. Maar ja, die
kinderen werden groot, die ouders werden
oud, en toen is het zaakje opgeheven.
Toch: ik zou het wel leuk vinden als
die hosvlonder nog eens terugkwam.”
Tips voor de vrijmarkt
De gezusters Planjer uit de Kapteynstraat
hebben er ook dit jaar weer zin
in. Saar (9) en Sofie (7) houden zich
vooral bezig met de aan- en verkoop
van spulletjes. Nee, aan de optocht
doen ze dit jaar niet meer mee. “Dat is
meer iets voor kleinere kinderen.”
Kinderen en ouders die dit jaar op de
vrijmarkt gaan plaatsnemen, let dus
goed op! Want Saar en Sofie hebben
verschillende tips:
- Speelgoed verkoopt het best.
“En maak een grabbelton. Vorig jaar
hadden we ook worteltaart gemaakt.
Géén videobanden!”
- Neem ruim voldoende wisselgeld mee. “Je verkoopt soms meer als je ‘geld-terug-hebt’.”
- Sofie: “Een stoeltje voor jezelf,anders moet je op de grond zitten. En eten voor jezelf. En een tasje en een portemonneetje voor als je zelf iets wilt kopen.”
- Belangrijk: “Neem een doorzichtig zeil mee, dat je over de spulletjes kunt leggen. Die worden dan niet nat als het gaat regenen.”
- “Het is misschien handig,” oppert Saar, “om de dingen goedkoper te maken als je bijna niks verkoopt.”
Saar en Sofie vinden de markt het
leukste van Koninginnedag. Saar zegt:
“We hebben ook wel eens dingen op
Marktplaats gezet, maar het verkopen
op het plein is veel leuker.”
|
|